jaargang 130, nr. 25, 10 december 2021

In een wereld waarin veel grote en loze woorden klinken, kun je tijdens de Evensong op adem komen. Hier staat het Woord van God in al zijn toonaarden centraal. De anglicaanse traditie houdt protestantse kerken een spiegel voor.

Het regent en het is november. In de Kamper winkelstraat is het druk, zo vlak voor Sinterklaas. Schreeuwerige reclames proberen het publiek te verleiden tot aankopen – het ene cadeau is nog mooier dan het andere. Kinderen trekken hun ouders mee de speelgoedwinkel in. Het draaiorgel speelt Hoor wie klopt daar kind’ren en Zie de maan schijnt door de bomen. Hoog boven dit stedelijk rumoer torent de eeuwenoude Bovenkerk. Sinds kort worden hier geen erediensten meer gehouden, maar de ruimte is nog steeds in gebruik voor allerlei culturele activiteiten. Zo ook vandaag. Nadat onze QR-code is gescand, betreden we de ruimte. Het contrast met buiten kan haast niet groter zijn. In de kerk heerst rust, branden kaarsen, speelt zachtjes het orgel. Dan schrijdt het Kampen Boys Choir binnen. ‘Omwille van uw barmhartigheid, schrijf onze zonden niet op onze rekening, maar vergeef ons en geef ons genade’, zingen de jongens en mannen in het Engels.
De toon van deze Choral Evensong is gezet. Na de hymn (‘The King of Love my Shepherd is’, naar Psalm 23), die alle aanwezigen met het koor meezingen, zingt het koor een gebed van verlangen uit. ‘O Lord, open Thou our lips; and our mouth shall shew forth thy praise.’ Het is nodig dat God Zelf onze lippen opent, hoe zouden we anders Zijn lof verkondigen? Wat volgt is een uur verstilling. Zang, Bijbellezing en gebed wisselen elkaar af. Het hoogtepunt vormt het Magnificat, de lofzang van Maria, ineen geklemd tussen lezingen uit Jesaja en Openbaring over de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Het is nog geen advent, maar deze Evensong vormt daar een passende prelude op.

Schoonheid
Waarom komen mensen – in Nederland steeds vaker – op de Evensong af? Theoloog en kerkmusicus Hanna Rijken vertelt erover in het interview verderop in deze Wekker. ‘Schoonheid’ is een term die vaak valt. Het is de schoonheid van de liturgie, van de muziek, van de rituelen, waardoor mensen geraakt worden. In deze tijd hunkeren velen (of ze nu wel of niet bij een kerkelijke gemeente betrokken zijn) naar rust en rituelen, iets wat het alledaagse overstijgt. Uit de hectiek van het leven in een heilige ruimte stappen – en dat zomaar op een doordeweekse dag, in dit geval op zaterdag als voorbereiding op de zondag. Het voelt als een geschenk.
In een wereld waarin veel grote en loze woorden klinken, kun je tijdens de Evensong op adem komen. Hier staat het Woord van God in al zijn toonaarden centraal. Gek genoeg voelt de afwezigheid van de preek (of overdenking, of meditatie) voor mij niet als een gemis, terwijl de sfeer van de Evensong als zodanig meer weg heeft van een eredienst dan van een concert. Wellicht is het voor iemand als ik, veel met woorden en teksten bezig, goed om het Evangelie eens op een andere manier dan in gesproken vorm te ontvangen, en zijn zuivere tonen nodig om het goed te laten resoneren en bewaren in mijn hart.

Troost
Dat vormen ertoe doen, is ook iets wat de rooms-katholieke cabaretier Herman Finkers zich realiseert. Sinds 2016 organiseert hij met enige regelmaat een Missa in Mysterium, waarbij de hele mistekst wordt gezongen – niet in het Engels of Nederlands, zoals tijdens de Evensong, maar in het Latijn. Wat op het eerste gezicht een ontoegankelijk concept lijkt te zijn, slaat aan bij zowel kerkgangers als mensen die bijvoorbeeld de kerk hadden verlaten en nu een Missa bezoeken. Dat komt, zegt Finkers in het Nederlands Dagblad (16 oktober 2021), door de manier van uitvoeren en de kwaliteit van de muziek. ‘Het is juist die vorm, de schoonheid van die vorm, die mensen grijpt, geruststelt, troost. Het ritueel is er, mensen schuiven aan, doen mee.’ Dat is het: tijdens een Evensong of Missa voeg je je in het koor van de kerk der eeuwen, het koor dat niet alleen je eigen dagelijks leven, maar ook (de kerk van) je eigen tijd en plaats overstijgt. Toch moet je ook oppassen niet in romanticisme of nostalgie te vervallen. Hoewel bijvoorbeeld de Evensong al eeuwen meegaat en de tand des tijds heeft doorstaan, is ook deze vorm ooit geïntroduceerd, evenals Bijbelvertalingen, psalmberijmingen en orgelspel in de dienst.

Kaalslag
Tegelijkertijd houdt de groeiende belangstelling voor de Evensong in Nederland gereformeerde kerken een spiegel voor. Mensen vinden daar iets wat ze tijdens de reguliere zondagse eredienst niet vinden. En zeker, deze dienst hoeft niet ons hele hart te vullen – dat zou haar overvragen. Maar onderschatten we wellicht in onze traditie de rol van vormen? Met en na de Reformatie heeft een kaalslag plaatsgevonden in de protestantse kerken. Geen beelden, geen uitgebreide liturgie. Soberheid is het adagium, een gerichtheid op het Woord – wat dan overigens weer wel in de vorm van het kerkgebouw naar voren komt: de preekstoel staat in het midden. Het belang en de waarde van het centraal stellen van de Woordverkondiging moet niet onderschat worden. Maar, vraag ik me af, hebben we misschien met het kind het badwater weggegooid?
Ik pleit er niet voor onze kerkdiensten in te richten naar anglicaans model, of alleen jongenskoren te laten zingen, hoezeer ik daar overigens zelf bij tijd en wijle naar verlang. De stap naar de anglicaanse traditie kan voor velen best groot zijn, en deze brengt vast niet iedereen evenveel als mij en andere liefhebbers. Ook vraag ik mij af of inzetten op hoog-liturgische muziek haalbaar is voor gemeenten, zeker als deze kleiner worden of vergrijzen. Om zo’n soort liturgie goed te laten functioneren, moet de uitvoering van voldoende kwaliteit zijn. Anders brengt deze het Evangelie niet, maar wordt het Evangelie belemmert door valse noten of vernederlandst Engels.

Kwaliteit
Dat gezegd hebbend, denk ik dat kerkelijke gemeenten er goed aan doen zich te blijven bezinnen op hun liturgie, op de vorm waarin de eredienst gegoten wordt, en daarbij kan de Evensong-traditie inspireren. Het gesprek over liturgie lijkt nu vaak gevoerd te worden binnen de tegenstelling modern-ouderwets of langs lijnen van smaak, oftewel: psalmen in de berijming van 1773 versus Opwekkingsliederen. Daarbij plaatsen we elkaar makkelijk in hokjes: een gemeente waar alleen met het orgel wordt begeleid is ‘ouderwets’ of ‘traditioneel’, terwijl een gemeente waar een drumstel voorin de kerk staat ‘modern’ of ‘vooruitstrevend’ wordt genoemd. Maar laten we het eens hebben over de kwaliteit van onze liturgie, in taalkundig en muzikaal opzicht. Een slordige uitvoering van een Opwekkingslied dat als functie heeft om de jeugd bij de gemeente te houden kan namelijk net zo belemmerend werken als een gemeente die in een poging eerbiedig te zingen een halve seconde achter het orgel aan komt.
De les van de Evensong lijkt te zijn: wat je ook doet, doe het goed. Zo kan ook in eenvoud schoonheid schuilen. Dat betekent: speel liever foutloos en muzikaal een makkelijke koraalbewerking dan al struikelend een triosonate van Bach. Oefen als muziekgroep voordat de dienst begint, zodat ieders rol duidelijk is. En zet als gemeente eens in op zingen in de maat. Het zijn eenvoudige ingrepen die de kwaliteit van de liturgie al aanzienlijk kunnen verhogen – en dan heb ik het alleen nog maar over de muzikale kant ervan. Laten we bovenal niet nalaten het gesprek te voeren over waarom we doen wat we doen. In de liturgie richten we ons op God, de Heilige, Die troont op de lofzangen van Israël (Psalm 22), en Hij verdient de hoogste kwaliteit. Maar uiteindelijk is het ook deze God Die het hart aanziet – en zo kan een uitvoering van een Johannes de Heer-lied door het kerkkoor even goed tot Zijn eer zijn als een Evensong waardoor je even boven dit aardse leven lijkt uit te stijgen.
Toch zet ook een Evensong je uiteindelijk met beide benen op de grond. Want vanuit de Bovenkerk worden we terug de wereld in gezonden. De wereld van de winkelstraat, om daar tot zegen te zijn. De wereld waarin ook in ons eigen hart tegenstrijdige verlangens vechten. Maar tijdens de Evensong heeft herhaaldelijk een loflied geklonken, en dat lied gaat door als een eindeloos refrein – overal ter wereld.

‘Ere zij aan de Vader
en de Zoon
en de Heilige Geest.
Zo was het in den beginne,
zo zij het thans en voor immer;
tot in de eeuwen der eeuwen.
Amen.’