128e jaargang, 27 september nr.20

Het valt niet mee om iets te zeggen over de generale synode van onze kerken. Ik ben immers nooit afgevaardigd. Ik weet dus niet van de hoed en de rand. Toch trek ik de stoute schoenen aan en deel vanaf de zijlijn met u enkele van mijn gedachten omtrent deze, voor onze kerken zo belangrijke, vergadering.

De opening van de synode was in juni. Door diverse media zijn wij ervan op de hoogte gesteld dat de eerste vergaderweek zal plaatsvinden in november. Ik heb lang gedacht: ‘Dan pas?’ Inmiddels weet ik, als echtgenote van een afgevaardigde, dat het werk niet dan pas begint.
De dag na de bidstond was er al een vergaderdag waarop de commissies werden aangewezen en er wat geroken werd aan de taak die wachtte. Van alle 52 afgevaardigden werd verwacht dat zij in de zomerperiode een lijvig document van maar liefst ruim 1100 pagina’s met rapporten van de diverse deputaatschappen bestudeerden. Voor een wetenschappelijke studie schijnt het mogelijk te zijn ongeveer 12 pagina’s per uur te bestuderen. Laten we voor het gemak aannemen dat het mogelijk is van dit rapport 20 pagina’s per uur te lezen. Als we dat omrekenen, is elke afgevaardigde ongeveer 55 uur bezig geweest om alle documenten goed te lezen. Dat is een heel volle werkweek.
In september kwamen de commissies twee keer twee dagen bij elkaar om hun eigen rapport voor te bereiden. De rapporteur van elke commissie stelt daarna het rapport van de commissie samen, dat in een van de drie vergaderweken besproken zal worden.

Tijd en kosten
Bij elkaar opgeteld betekent het dat elke afgevaardigde thuis een ruime week aan het werk is. Tel daar zeventien vergaderdagen bij op en je komt in totaal op bijna vijf werkweken! Al de afgevaardigden bij elkaar verrichten dus het werk dat iemand in vijf fulltime arbeidsjaren doet. En dan hebben we het nog niet gehad over de bezinningsdag op 4 oktober aanstaande, al het mailverkeer, al het telefonisch contact en alle tijd die nodig is om rapporten op schrift te stellen en te lezen. Voor een ambtsdrager die een werkkring in de maatschappij heeft, is het daardoor nauwelijks mogelijk een bijdrage aan de generale synode te leveren, wat het aantal beschikbare broeders behoorlijk beperkt.
Intussen kost dit allemaal ook veel geld. De afgevaardigden die van ver komen mogen, heel terecht, op kosten van de kerk in een hotel overnachten – daar hebben wij dus ook aan bijgedragen door onze gaven in de collectezak te doen. Daar komen natuurlijk nog allerlei andere kosten bij, zoals reiskosten en kosten voor maaltijden. Het is belangrijk te investeren in ons kerkverband, en uiteraard mag dat tijd en geld kosten.

Bestuursapparaat?
In september werd ook de generale synode van de Gereformeerde Gemeenten geopend. Een kerkverband met weliswaar minder predikanten dan de Christelijke Gereformeerde Kerken, maar wel met beduidend meer leden (Ger. Gem. 107.000, CGK 75.000). Bij de Gereformeerde Gemeenten zijn 40 afgevaardigden, en he rapport telt 430 pagina’s. Er zijn vooralsnog 6 vergaderdagen gepland, en een dag extra als 6 te weinig blijkt. Zo kan het dus blijkbaar ook.
Is het hele vergaderapparaat in de beleving van velen ook niet een bestuursapparaat aan het worden? In de gedachten van veel mede-Christelijke Gereformeerden vormt de generale synode een groepje hooggeplaatsten die bedenken hoe het moet. Er wordt gedacht in ‘wij/zij’, getuige ook de uitspraak van de woordvoerder van de NCGK Nieuwegein (RD 11 september 2019): ‘De kerkleiding had veel eerder de nood van de samenwerkingsgemeenten moeten zien.’ Ik denk niet dat hij de enige is die zo over de generale synode spreekt. De beeldvorming van wat een kerkverband is en hoe dat op Bijbelse gronden is georganiseerd, is niet voor iedereen even helder.

Vergadercultuur
Een predikant benadrukte eens dat de enige taak van de kerk de verkondiging is. Alles wat verder gebeurt, moet daaraan dienstbaar zijn. Intussen is er wel een beweging gaande in alle geledingen van het kerkelijk leven waarin steeds meer commissies en overlegorganen in het leven geroepen worden. Dat heeft positieve kanten: velen zetten zich in voor het Koninkrijk van God. Maar er zitten ook risicovolle kanten aan: iedereen vindt iets en wil inspraak. Het lijkt wel of er in allerlei verbanden steeds meer overlegd en vergaderd wordt. Tijd die besteed wordt aan vergaderingen kan niet gebruikt worden om te verkondigen, en het gevaar dreigt dat we uit balans raken. Die vergadercultuur waar we als kerken in terecht lijken gekomen te zijn, heeft haar weerslag op het vergaderwerk van de generale synode. Dikke rapporten van deputaatschappen, liggingsverschillen, en veel bezwaarschriften bezorgen de afgevaardigden veel werk. Als ik het goed signaleer, is de periode waarin vergaderd wordt over een langere tijd dan voorheen uitgesmeerd, waardoor de betrokkenen in ieder geval mentaal langer in beslag worden genomen door de synode. Verder worden veel afgevaardigden niet eenmalig, maar vaker dan één keer afgevaardigd. Zo zijn zij om de drie jaar gedurende een seizoen behoorlijk minder dan anders beschikbaar voor het ambtelijke werk in hun eigen gemeente.

Kan het anders?
Het investeren in samen kerk zijn mag zeker wat kosten. Maar misschien kunnen we als kerken eens met elkaar nagaan of het werkelijk op deze manier moet. Kan het vergaderwerk niet efficiënter? Misschien moeten we de heel bescheiden opmerkingen van ds. Stauffacher (De Wekker 13, 21 juni 2019) ter harte nemen. Ook in Frankrijk kende een klein kerkverband een hele vergaderstructuur en werden uitgebreide notities gepubliceerd die niemand las. ‘De vraag kwam op of het kerkverband daarmee wel de juiste prioriteiten stelde. Gemeenten vergrijsden, het ledental nam gestaag af. De conclusie was duidelijk: de enige manier om te kunnen voortbestaan was het vinden van nieuwe wegen.’ Vanuit de overtuiging dat elke gemeente geroepen is om getuige van Zijn Koninkrijk te zijn, werd het roer omgegooid. En daarbij was er ook de overtuiging dat het goed gereformeerd is om onszelf steeds weer te hervormen. Ds. Stauffacher wees er terecht op dat Frankrijk geen Nederland is, maar zijn uitspraken mogen ons wel aan het denken zetten.

Geestelijk
Tot nu toe ging het vooral over de organisatorische kant van de synodale vergadering, zeg maar de buitenkant. Daarnaast is er uiteraard de geestelijke kant, de binnenkant, van het vergaderwerk. De synode is vooral een vergadering van afgevaardigden die de geestelijke belangen van elke gemeente op het oog heeft, en bovenal: de eer van de Koning van de kerk. Het mag dankbaar stemmen als de sfeer op de vergaderingen van de generale synode broederlijk is. Een zegen om zo als broeders, uit alle windstreken van ons kerkelijke leven, open en eerlijk te mogen nadenken over zaken die ons allen aangaan. Hoe kan de boodschap van zonde en genade, de blijde boodschap dat er een Heiland gekomen is om deze zondige wereld te redden, haar loop hebben binnen de kerk en in de wereld, in gehoorzaamheid aan het Woord? Dat er ingewikkelde vragen aan de orde zullen komen, is genoegzaam bekend. Het is daarom mooi, maar ook broodnodig dat de afgevaardigden volgende week, alvorens te gaan vergaderen, in een bezinningsvergadering bij elkaar zullen komen. Om samen te buigen voor Gods Woord. Om te smeken om wijsheid. Om als dienaren, en niet als leiders, de knieën te buigen voor Hem, Die de weg wil wijzen.

Voorbede
Laten we voor de afgevaardigden bidden dat ze vol mogen worden van de Heilige Geest, om zo te kunnen onderscheiden waar het op aan komt. Om de tijd te kunnen uitkopen (Ef. 5: 16). Het is de tijd waarin de boze rondgaat als een brullende leeuw. Maar ook: Gods tijd, genadetijd. Laten we bidden dat de afgevaardigden in die tijd kunnen onderscheiden wat de wil van de Heere is. Laten we bidden dat ze allen als profeten mogen spreken als dat gevraagd wordt, als koningen leiding mogen geven als dat nodig is en als priesters in alle zelfverloochening zich aan hun Heiland mogen wijden. En laten we vooral de Koning van de Kerk smeken om bewaring bij Zijn Woord en om eenheid. Tot eer van Zijn Naam.

Atie Peet is lid van de redactie