jaargang 131, nr. 05, 4 maart 2022

Wat kan de kerk in Nederland doen, nu de oorlog in Oekraïne is uitgebroken? Net als anders heeft zij twee taken: bidden en werken.

Op 24 februari is Rusland Oekraïne binnengevallen. De machtsbeluste Vladimir Poetin schuwt valse oorlogsretoriek niet en deinst er niet voor terug burgerslachtoffers te maken. De wereld is opgeschrikt: er is oorlog in Europa, met mogelijke grote gevolgen voor de wereldorde. Dat is al decennialang niet voorgekomen – al wordt ook al te makkelijk leed uit de vorige eeuw, als de Joegoslavische oorlogen, vergeten.

De beelden uit Oekraïne zijn hartverscheurend. Vaders die hun kinderen – misschien wel voor het laatst – omhelzen en moeten achterblijven om het land te verdedigen terwijl vrouw en kinderen naar het westen trekken, hopend op een beetje veiligheid. De kilometerslange rijen wachtende mensen bij de grenzen naar Polen, Hongarije en Roemenië. Jonge, soms pasgetrouwde stellen die samen strijden voor hun Oekraïne.

De ontwikkelingen volgen elkaar op het moment van schrijven (maandagmiddag 28 februari) snel op. Zondag kondigde Poetin aan dat nucleaire eenheden in verhoogde staat van paraatheid zijn gebracht, en op dezelfde dag gaf Volodymyr Zelensky, de president van Oekraïne die in enkele dagen tijd een internationale held geworden is, aan dat hij wil onderhandelen. Op dit moment is de uitkomst van de onderhandelingen nog niet bekend.

Deze week is oorlog voor Nederlanders minder een ver-van-hun-bedshow geworden. En hoewel veel van onze dagelijkse beslommeringen (de trein die net voor je neus wegrijdt en de hagelslag die op is) hierdoor ontzettend nietszeggend aanvoelen, is het tegelijkertijd lastig. Want wat kun je anders doen dan maniakaal het nieuws volgen en protesteren op de Dam, zoals zondag 15.000 mensen deden? Ook kerken en christenen vragen zich af: wat kunnen wij doen? De kerk heeft net als anders twee taken: werken en bidden.

Werk
Ten eerste: het ligt voor de hand, maar levensmiddelen zijn hard nodig in Oekraïne. Allerlei organisaties zetten inzamelingsacties op touw. Als gemeente kun je daar een steentje aan bijdragen. Het is daarnaast mooi als hulp concreet wordt en een gezicht krijgt. Mijn kerkelijke gemeente onderhoudt bijvoorbeeld een partnerrelatie met een gemeente in Oekraïne. Afgelopen zondag zijn de nood van de predikant, zijn kerk en dorp aan de orde geweest in de eredienst. Een jarenlange relatie – ook onderhouden in tijden dat het gebied wellicht minder kwetsbaar was – zorgt er nu voor dat zo gericht mogelijk hulp geboden kan worden. Mocht het overigens tot een de-escalatie komen, dan blijft Oekraïne verwond achter, en zal nog lange tijd hulp nodig zijn.

Ten tweede: opkomen voor de onderdrukte (persoonlijk en op wereldniveau) kan je iets kosten, maar het zoeken naar recht en gerechtigheid voor de wereld is onlosmakelijk verbonden met de navolging van Jezus Christus. Het hoort misschien bij tijden van crisis dat we bang zijn voor ons eigen hachje. Maar een oorlog of crisis vraagt om solidariteit met hen die het minder hebben dan wij; vanuit medemenselijkheid, maar ook vanuit het geloof dat we de vrede in ons land niet aan onszelf te danken hebben. Laten we daarom niet al te bang zijn dat deze oorlog onze portemonnee raakt, bijvoorbeeld door hogere gasprijzen. Tegelijkertijd kan voor sommigen een ‘kwartje voor Kiev’ bij de pomp grote financiële gevolgen hebben. Voor christenen is het een diaconale taak om om te zien naar mensen (in en misschien vooral buiten de kerk) die daadwerkelijk geraakt worden door internationaal politiek gekonkel, door hogere gasprijzen en inflatie.

Ten derde: christenen moeten zich realiseren dat het – ook in het licht van deze oorlog – niet om het even is welke politieke partij ze steunen. Om het concreet te maken: het geflirt met Poetin is het zoveelste teken van het morele failliet van het Forum voor Democratie van Thierry Baudet. Baudet kiest nadrukkelijk de kant van het kwaad door het optreden van Poetin te verdedigen en de Russische cultuur op te hemelen. Dit komt bovenop onder meer antisemitische en racistische uitlatingen. Laten christenen en politieke partijen grenzen trekken in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen, ook als zij denken in Forum voor Democratie een conservatieve bondgenoot te hebben gevonden.

Ten vierde: besef dat deze oorlog bij veel mensen oude pijn en trauma’s naar boven haalt. Denk aan overlevenden van de Tweede Wereldoorlog, die bijvoorbeeld het bombardement op Rotterdam meemaakten en daaraan door beelden uit Oekraïne herinnerd worden. Denk aan vluchtelingen uit Syrië en Afghanistan, maar denk ook aan oorlogsveteranen. Zoek hen op, luister naar hen, en laat door middel van hun levensverhalen op je inwerken hoe verschrikkelijk oorlog is.

Bid
Handen uit de mouwen, dus, maar laten we niet vergeten onze handen ook te vouwen voor Oekraïne. Persoonlijk en gezamenlijk. Deze week werden al op verschillende plaatsen gebedsbijeenkomsten belegd. Paus Franciscus heeft opgeroepen om van Aswoensdag, het begin van de veertigdagentijd, een dag van bidden en vasten voor Oekraïne te maken. En volgende week is het in onze kerken de jaarlijkse biddag ‘voor gewas en arbeid’ – een dag waarop ook deze oorlog niet onbenoemd kan blijven. In het gebed, maar ook in andere delen van de liturgie. Laten we God de lof toebrengen – de zingende inwoners van Kiev die schuilden in metrostations gaan ons daarin voor. Maar laten we in ons zingen en bidden ook klagen en vragen. Daarin worden we voorgegaan door Jeremia en David, door Job en Heman.

Laten we bidden zonder ophouden. Bid voor de inwoners van Oekraïne, dat ze standvastig mogen blijven en dat hun redding nabij is. Bid voor wereldleiders, dat ze moedige en verstandige beslissingen zullen nemen. Bid voor Poetin, dat hij tot inkeer komt (zou voor de Heere iets te wonderlijk zijn?). Bid voor de bevolking van Rusland, die lijdt onder desinformatie en die niet meer weet wat het is om in een vrij land te leven. En bid juist op momenten dat de wereld aan de zinloosheid onderworpen lijkt om de komst van Gods Koninkrijk van recht en gerechtigheid.