jaargang 130, nr. 5, 5 maart 2021

‘Geef ons heden ons dagelijks brood, en eevoor in de vriezer’, dichtte Rikkert Zuiderveld. Deze ongemakkelijke regel legt typisch moderne kwesties rond voedsel bloot. Hoe kun je bidden voor het eten dat voor je staat, terwijl de koelkast en kelder al volstaan met het eten voor de komende week?  

Een andere vraag: kun je bidden of danken voor eten dat een enorme aanslag pleegt op de aarde? En kun je bidden voor je eten als je niet weet welke handen het gemaakt hebben en welke arbeidsomstandigheden daarbij komen kijken? En, scherper nog: als je wél weet (of kunt weten) dat je eten onder slechte omstandigheden is geproduceerd, maar je hier je ogen voor sluit, hoe oprecht is dan je gebed? Dit zijn vragen die geregeld op mij afkomen als ik mijn wekelijkse gang naar de supermarkt maak. Mijn groente haal ik bij een biologische boer uit de buurt, en mijn vader stopt me geregeld iets toe uit zijn grote moestuin. (Er gaat weinig boven verse boerenkool uit eigen tuin die met liefde verzorgd en zelfs, wat een service, gesneden is.) Ik probeer er ook in de supermarkt op te letten dat ik biologische producten uit het schap pak. Graag zou ik veel vaker dan ik nu doe kiezen voor duurzaam en rechtvaardig, maar in het huidige systeem van vraag en aanbod wordt dat behoorlijk ontmoedigd. Zo zijn producten die het Europese keurmerk ‘biologisch’ dragen veel duurder dan producten die dit keurmerk niet dragen. En dat terwijl ik liever voor deze producten zou kiezen, bijvoorbeeld omdat er geen chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt zijn en duidelijk is waar de ingrediënten precies vandaan komen.  

Chocola en tomatenpuree
Dat het moeilijk is om goed te doen als het voedsel betreft, werd een aantal weken geleden duidelijk toen Tony’s Chocolonely, een bedrijf dat streeft naar slaafvrije chocola, in het nieuws kwam. Het bedrijf is van een Amerikaanse lijst van producenten met slaafvrije chocola gehaald, omdat het samenwerkt met multinational Barry Callebaut. Dit Belgische bedrijf sluit niet uit dat kinderarbeid en moderne slavernij voorkomen in zijn productieketen. De zaak rond Tony’s staat natuurlijk niet op zichzelf. Waar dit bedrijf in ieder geval misstanden als kinderslavernij aan de orde stelt, doen andere chocolaproducenten dat niet, of weigeren zij te onderzoeken waar hun cacaobonen vandaan komen. Dat betekent niet dat er geen problemen zijn: naar schatting zijn er alleen al in Ghana en Ivoorkust zo’n 2 miljoen kinderen die illegaal werken in de cacao-industrie. Ze werken vaak minstens 50 uur per week. Hun bloed en tranen belanden vervolgens in onze Mars of Merci. 

De wereld van cacao en chocola is niet de enige tak in de voedselindustrie waar ernstige misstanden zijn. Ook op koffie- en theeplantages is niet zelden sprake van slavernij. Nu kun je bewust of onbewust denken: dit is een ver-van-mijn-bed-show, waarom zou ik verantwoordelijk zijn voor het lot van slaven in Afrika? Nog afgezien van het problematische karakter van deze redenering (naastenliefde, rechtvaardigheid en solidariteit stoppen niet bij de grens), is het een misvatting dat in Europa geen slavernij plaatsvindt. Ook dichter bij huis worden mensen uitgebuit om ons van de producten die we nodig denken te hebben te voorzien. Achter de rijen blikjes tomatenpuree gaat bijvoorbeeld een treurige werkelijkheid schuil. Een werkelijkheid van honderdduizenden illegale arbeiders (waaronder veel migranten) in het zuiden van Italië, die twaalf uur per dag, zeven dagen per week, in de brandende zon tomaten moeten plukken. Die tomaten belanden vervolgens in ‘onze’ blikjes tomatenpuree of pakjes gezeefde tomaten. Als je dat weet en op je in laat werken, smaakt je pasta bolognese toch net iets minder lekker. 

Aardappels en gember
Officieel werd slavernij al ruim 150 jaar geleden afgeschaft, maar moderne slavernij is helaas springlevend (overigens niet alleen in de voedselindustrie, maar dat is een ander verhaal). In de supermarkt vliegt dit me weleens aan. Welk product kan ik verantwoord in m’n karretje laden, en welk product absoluut niet?  

Allereerst is het van belang om je bewust te zijn van je eigen positie. Besef dat het eten op je bord ergens vandaan komt, en dat het niet om het even is welk verhaal schuilgaat achter de mooie en soms verbloemende termen op de verpakking. ‘On the way to planetproof’, staat op de plastic zak rond mijn aardappels, bijvoorbeeld. Maar waar komen ze vandaan? Uit Frankrijk. Ze hebben dus een lange reis achter de rug, en dat terwijl er zat aardappelboeren in Nederland zijn die voor een kortere voedselketen kunnen en willen zorgen. Of neem de biologische gember. Klinkt goed, dacht ik. Maar toen ik wat gemberwortels in mijn van huis meegebrachte linnen zakje wilde doen, zag ik dat ze uit Peru kwamen. Peru! Daar gaan dus heel wat kilometers achter schuil. Een lange reis betekent niet per se een grotere impact op de aarde, maar staat er zeker niet los van. Toch maar geen gemberthee, dan. Want een betere voedselindustrie vraagt niet alleen om bewustwording, maar ook om concrete stappen en keuzes. Soms voelen die stappen als druppels op een gloeiende plaat. Wat heeft mijn keuze voor wel of geen chocola eigenlijk voor effect op cacaoboeren in Ivoorkust?  

Het zorgvuldig opgebouwde systeem van vraag en aanbod kan echter alleen door concrete keuzes van consumenten en producenten doorbroken worden. Wanneer de producenten, gedreven door economische prikkels, niet kiezen voor duurzaam en rechtvaardig, zullen consumenten – wij allen dus – op moeten staan.  

Nostalgie en realiteitszin
Nadenken over de voedselindustrie is ontdekkend en pijnlijk. Maar het maakt op een bepaalde manier ook creatiefHet zorgt er namelijk voor dat je van de hoofdweg (supermarkt) kunt afslaan naar nieuwe, kleine zijwegen (bijvoorbeeld lokale ondernemers). Je mag (opnieuw) leren genieten van wat Nederland te bieden heeft – en dat is veel. Tomaten in de automaat op de tomatenkwekerij, melk in glazen flessen van de koeienboerfriet van de aardappelboer van een kilometer verderop. Het betekent ook leren genieten van genoeg. Is het brood voor in de vriezer nodig, of kunnen we toe met manna voor deze dag?  

Hier is het oppassen geblazen. Je kunt al snel vervallen in nostalgie – vroeger, voor de supermarkten oppermachtig waren, was alles beter – en terug willen in de tijd. Nadenken over voedsel vraagt om realiteitszin. Het is niet voor iedereen mogelijk een moestuin te beginnen of veganistisch te leven. Dat hoeft ook niet. Maar veel kleine stapjes bij elkaar zorgen voor een groots effect. Natuurlijk wordt het hier op aarde nooit perfect. Dat kunnen wij ook niet bewerkstelligen: het is God zélf die zorgt voor de komst van zijn koninkrijk in deze wereld. Maar wij mogen en moeten daar wel ons steentje aan bijdragen. Gerechtigheid als het gaat om onze medemens en goede zorg voor de aarde waarop wij een bescheiden plaats innemen horen daar helemaal bij.  

Bekering en vergeving
Het doen van recht en gerechtigheid op aarde speelt een belangrijke rol bij veel van de oudtestamentische profeten. Zo zegt God door middel van Amos dat Hij geen behagen schept in de offers en feesten van het volk. Veel belangrijker is de zorg voor armen en kwetsbaren: ‘Laat het recht stromen als water, de gerechtigheid als een altijd stromende beek’, zegt Hij in Amos 5: 24. Om het recht te kunnen laten stromen is bekering nodig. Paus Franciscus verwoordt dit mooi in Laudato Si’. Hij roept in deze rondzendbrief op tot ecologische bekering. Die bekering impliceert dat christenen ‘alle gevolgen van de ontmoeting met Jezus in hun relatie met de hen omringende wereld tot bloei laten komen’.  

Het gebed ‘geef ons heden ons dagelijks brood’ wordt gevolgd door een ander gebed: ‘vergeef ons onze schulden’. Vergeving is broodnodig, ook wat betreft onze omgang met voedsel. We mogen leven vanuit de bevrijding van de macht van de zonde. Die bevrijding werkt als het goed is door in ons leven en we gunnen die daarom ook anderen. Uitbuiting en overdaad passen niet bij een leven in en uit vrijheid. Het gebed om vergeving vervolgt met ‘gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren’. Het is goed te beseffen aan welke kant wij staan. Wij zijn hier de schuldenaars, en hebben vergeving nodig, soms ook van mensen van de andere kant van de wereld. In hetzelfde Onze Vader bidden we om de komst van Gods koninkrijk. Ik kan daarnaar verlangen: een koninkrijk waar recht en gerechtigheid zegevieren. Tot die tijd word ik geroepen om ook op het gebied van voedsel keuzes te maken die passen bij dat koninkrijk. Met vallen en opstaan. En af en toe eet ik boerenkool uit de tuin van mijn vader. Daar kan ik met een gerust hart voor bidden én danken.