128e jaargang, 13 september nr.19

Tot mijn verbazing is stoeien met papa een van de meest geliefde activiteiten van onze kinderen. Elke avond klinkt de vraag: “Gaan we stoeien?” Bij een “ja” klinkt er een gejuich en bij een “nee” wordt er (nep) gehuild. Waarom eigenlijk?

“Ik neem je in de houdgreep. Snel, pak hem bij zijn benen!” Na samen het gebed voor het slapengaan te hebben gebeden, begint het ruwe spel. Dat spel kent verschillende varianten, zoals “We gaan samen het bed verdedigen” en “Ik ga je kietelen”.

Om ongelukken te voorkomen zijn er regels. “Ho, niet aan mijn hoofd.” “Niet schoppen en slaan.” En als iemand “stop” zegt, dan wordt er losgelaten, ook als we het flauw vinden. Toch knalt er soms iemand met zijn hoofd tegen de muur of vloer. Dat is het risico van ’t spel. En dat geeft tegelijk de mogelijkheid om te leren hoe je jezelf kunt herpakken bij tegenslag en hoe je het goed kunt maken, als je een fout hebt gemaakt.

Stoeien schijnt enorm goed te zijn voor de ontwikkeling van kinderen. Wanneer er gestoeid wordt met duidelijke en gehandhaafde regels, helpt het kinderen hun agressie te hanteren. Het verbetert hun sociale vaardigheden. Je kind leert het verschil tussen goed en fout: wel duwen en trekken, maar niet schoppen en slaan. Je leert het kind risico’s te nemen en om te gaan met onverwachte dingen.

Zou stoeien ook nog een positief effect hebben op de geloofsontwikkeling? Wim ter Horst schreef: “Wie niet met zijn kinderen speelt, mist veel plezier en mag ook niet verwachten dat ze van hem willen leren.” Stoeien versterkt de band en laat de liefde van ouder tot kind merken. En liefde is de basis voor geloofsopvoeding. Eigenlijk is de houdgreep, ondanks dat het er niet zo uitziet, een “ik-houd-van-je-greep”!