Skip to main content

Wat komt het vaak voor. Volwassen kinderen die voor kortere of langere tijd, of soms voor altijd, breken met hun ouders. Christelijke gezinnen zijn daarin geen uitzondering. Wat een verdriet ligt hierachter, bij de ouders, maar ook bij de kinderen die breken. En daar komt nog de pijn van het oordelen van anderen bij over je gezin. Je hoort de mensen al denken: zo christelijk zijn en toch … Of sommigen zeggen hardop tegen je: ‘Bij ons gebeurt dit niet, wij zijn een harmonieus gezin.’ Het helpt niet in het vinden van een antwoord op de belangrijkste vragen waar je als echtpaar mee zit: Hoe kon dit gebeuren? Hebben wij iets fout gedaan? En: Hoe kan dit (ooit) weer goedkomen? 

Door de redactie ben ik gevraagd om een artikelenserie te schrijven over dit onderwerp. De aanleiding hiervoor is een brief die ds. A. van der Zwan ontving in reactie op zijn Bijbelstudiereeks in De Wekker over relaties. In de brief vertelt een echtpaar dat al een paar kinderen voor een periode met hen gebroken heeft en dat een volgend kind op het punt staat hetzelfde te doen. Zij vragen of er in De Wekker over dit probleem geschreven kan worden omdat ze ook andere ouders kennen die hetzelfde meemaken. 
De redactie kwam met deze vraag bij mij terecht omdat ik behalve het pastorale gereedschap dat ik op de Theologische Universiteit in Apeldoorn meekreeg, me ook aanvullend in het pastoraat heb geschoold door een opleiding te volgen bij Stichting Contextueel Pastoraat.
In deze artikelenserie kijk ik naar het verbroken contact tussen ouders en kinderen op de manier waarop in het contextueel pastoraat gekeken wordt. In het eerste artikel zal ik aandacht geven aan families. Wat zijn families eigenlijk? Wat gebeurt en beweegt er in families? Het tweede zal gaan over wederzijds respect tussen ouders en kinderen en daarbij zal ik het vijfde gebod betrekken. Daarna volgt een artikel waarbij de betreffende brief aan de orde komt. De twee volgende artikelen gaan over het met elkaar in gesprek komen, eerst gericht op de ouders, en daarna gericht op de kinderen. En het zesde en laatste artikel gaat over hoop en geduld. 

Van geslacht tot geslacht
Van geslacht tot geslacht is een bekende uitdrukking in de Bijbel die we het meeste kennen uit de Psalmen. Het gaat daarbij om de lange lijnen; Gods trouw gaat de geslachten door, eeuw in eeuw uit, daar is geen einde aan. Zoals het in Psalm 146: 10 wordt verwoord: ‘De HEERE zal voor eeuwig regeren, uw God, Sion, is van generatie op generatie.’ De geslachten door wordt de Here God geloofd om Wie Hij is en wat Hij doet. Wat in het begin – bij de schepping van de eerste mens – begonnen is, zet zich voort; de eeuwen, de generaties door, via het nu van de tijd waarin wij als generaties samenleven, verder de toekomst in. Wij maken daar deel van uit, van wat ooit in het verleden begonnen is en zich voortzet de eeuwen door. Dat is de lange lijn waarin we ook de familieverbanden betrekken, daarbij terugkijkend naar het voorgeslacht waarmee we ons verbonden voelen, in het nu om ons heen kijkend naar grootouders, kinderen, en kleinkinderen, en vooruitkijkend naar wie nog komen gaan. Maar bij die lange lijnen van verleden naar toekomst blijft het niet. Er is tegelijkertijd ook een besef dat de breedte ziet. Wij zijn allemaal deel van een generatie die in dezelfde tijd geboren is en opgroeit, dat verbindt ons en maakt ons tot generatiegenoten. 
Daardoor kan gezegd worden dat elk van ons een uniek knooppunt is. Je behoort tot deze familie, geboren in dit gezin, met deze ouders, alleen of met broers en zussen, de lange lijn. En het gaat de breedte in, je behoort tot een generatie die in dezelfde tijd geboren is. Ben je voor, tijdens of na de Tweede Wereldoorlog geboren? Ben je geboren in een tijd dat nog niet iedereen een telefoon had, in de negentiger jaren toen het computertijdperk heel langzaam begon of in de afgelopen tien jaar waarin het wel lijkt alsof baby’s met een smartphone in de hand geboren worden? En zal er over twintig jaar verschil gemaakt worden tussen geboren zijn voor, tijdens of na corona? Het is niet overdreven om te zeggen dat het een wereld van verschil is in welke tijd je geboren bent. 

Generaties
Om het andere moment in de tijd en de onlosmakelijke verbondenheid van verschillende generaties aan te geven, wordt wel het beeld van dakpannen op het dak gebruikt. Elke dakpan ligt voor een deel over de vorige heen. Elke generatie begint in de tijd van de vorige generatie en leeft ook al in de tijd van de volgende generatie. Om een voorbeeld uit het Oude Testament te geven: bij de uittocht uit Egypte waren alle generaties van Israël betrokken, van de pasgeboren baby’s tot en met de ouden van dagen. De Here God leidde het hele volk Israël uit Egypte door de Rode Zee. Alle generaties van Israël maakten tegelijkertijd hetzelfde mee. In die zin leefden ze in dezelfde tijd van de uittocht en doortocht door de Rode Zee. Maar het maakte wel uit tot welke generatie elke Israëliet behoorde, of het een klein kind was dat geen idee had wat er allemaal gebeurde, een jongere die al voor een deel verantwoording kreeg voor het hoeden van de schapen en geiten, ouders die de verantwoording hadden om alles in goede banen te leiden voor hun familie of grootouders die zich misschien afvroegen of ze het lopen vol konden houden. Vandaar dat er behalve gelijktijdigheid van de verschillende generaties ook sprake is van ongelijktijdigheid. Elke generatie beleeft de tijd anders, je zou zelfs kunnen zeggen dat er een breuk is tussen de tijd van de ene generatie en de tijd van de andere. De beleving van kinderen van wat er in hun tijd belangrijk is, is anders dan wat ouders beleven. Het kan zodoende soms moeilijk zijn om andere generaties te begrijpen terwijl het gesprek met generatiegenoten veel herkenning kan geven. 

Ouders – kinderen
Kinderen krijgen we van de Here God. Ze zijn door Hem aan ons gegeven, zoals vaak verwoord op geboortekaartjes: ‘De Here God heeft ons een dochter geschonken’ of ‘Uit Gods hand ontvangen …’ Beide uitspraken wijzen op onze afhankelijkheid van de Here God bij het krijgen van kinderen. Dat is de basis vanwaaruit we leven en geloven. Ouders ontvangen van God de verantwoordelijkheid voor het krijgen en opgroeien van hun kind. De relatie ouders en kinderen is daarmee een bijzondere relatie. Ouders zullen altijd ouders blijven van hun kinderen, hoe oud deze ook worden. Ik kom ze vaker tegen, oude ouders die met enige verbazing zeggen dat hun kind met pensioen is gegaan. Ouders – kinderen, het is een onomkeerbare en onherroepelijke relatie. Een kind kan niet de ouder van zijn ouders worden en een kind kan niet zijn ouders ontslaan van het vader-zijn en moeder-zijn. En andersom geldt hetzelfde, ouders blijven vader en moeder van hun kind ook al hebben ze zelf de band met hun kind verbroken. Ouders blijven doordat ze hun kinderen op de wereld hebben gezet hun leven lang verantwoordelijk voor hun kinderen. In zeker opzicht kun je daarin spreken van hiërarchie, van een verticale lijn. Het is een andere verhouding dan die met broers en zussen, van hen heb je niet het leven gekregen. Broers en zussen staan in dezelfde positie, zijn (meestal) kind van dezelfde ouders; bij broers en zussen is daarom sprake van een horizontale lijn. Het is zelfs mogelijk om geen broers en zussen te hebben, terwijl voor ieder kind geldt dat hoe dan ook een vader en moeder aan de basis van het bestaan staan. 

Geven en ontvangen
Een kind wordt niet zonder geschiedenis geboren in een gezin. Allereerst komt in het kind zelf al veel samen vanuit twee geslachten. Maar ook de vader en moeder hebben zichtbare en onzichtbare erfenissen meegekregen uit de familie van herkomst. Wat willen de ouders daarvan doorgeven aan hun kind en lukt het om er samen als echtpaar uit te komen? Het nieuwe gezin kan geen kopie worden van dat van de grootouders aan vaders of moeders zijde. Gewoonten en gebruiken worden overgenomen of juist niet, er ontstaan andere en nieuwe combinaties passend bij dit gezin. Een andere generatie, in een andere tijd. En welke plek heeft het kind daarin? Wat betekent het voor het kind om een knooppunt te zijn van twee verschillende families en de nieuwe tijd waarin het nu staat? Is het daarin alleen ontvangend? Voor een deel wel, maar ook het kind is vanaf de geboorte aan het geven. In het reageren naar de ouders toe, in het groeien en zich ontwikkelen. Een kind met eigen karakter en kwaliteiten dat daardoor mede vorm geeft aan het gezin. 
In het volgende artikel kijken we naar wederzijds respect tussen ouders en kinderen, waarbij het vijfde gebod betrokken zal worden.  

 

Weergaven: 150