129e jaargang, 14 februari nr.4

Het had bepaald iets vermakelijks, al zag de staatssecretaris van justitie dat heel anders: een item van Nieuwsuur over zogenaamde ‘terugkeerprojecten’. Het gaat om door het rijk gesubsidieerde cursussen, die de ‘terugkeerbereidheid’ van uitgeprocedeerde asielzoekers moeten bevorderen. Daarbij valt te denken aan een opleiding tot kapster, lasser of schilder. Maar ook aan versterking van de persoonlijkheid. De deelnemers krijgen dan van een juffrouw, in keurig Engels, te horen: ‘Dit is de empowermenttraining, en het gaat over hoe je de regie (‘ownership’) over je eigen leven neemt, hoe je focust op je doelen en weer leert dromen. We gaan eerst praten over wie we zijn en hoe we pro-actief kunnen zijn’. Zou dat nu een beetje aansluiten bij de cultuur in het land van herkomst, denk ik dan. Wat blijkt? Tot tweederde van het aantal deelnemers keert niet terug. Er kwam een Afghaan aan het woord, die met een glimlach vertelde dat hij hoopte in Nederland een baan te krijgen. Een Nigeriaan idem dito. Een Irakees hetzelfde verhaal. Allemaal in keurig Nederlands.

Nu snap ik wel dat je illegaliteit in een samenleving niet kunt hebben. En ook dat één land niet het hele wereldvluchtelingenprobleem op kan lossen. Maar voor wat meer ruimhartigheid valt toch wel wat te zeggen? Als ik het goed begrijp, kunnen we nog wel een paar schilders en lassers gebruiken. En als die met hun gezinnen herenigd worden, is er over twintig jaar misschien een iets minder groot tekort aan verzorgenden in onze verpleeghuizen. Migreren is trouwens niet niks. Als zoveelste generatie asielzoeker kan elke gelovige dat weten. Was jouw vader Abraham niet een Irakese migrant? Van hem staat geschreven dat hij naar zijn vaderland had kúnnen terugkeren, maar het niet deed omdat hij verlangde naar een beter, hemels vaderland. Weten dat je onderweg bent, helpt om van elke ‘verblijfsstatus’ op aarde – hoe waardevol ook – het betrekkelijke in te zien. En wie weet, hoeveel migranten wij als christelijke kerk zouden kunnen helpen aan de focus op dát vaderland, met de empowerment van het geloof, en in het ownership van Christus.