127e jaargang, 8 juni, nr.12

Gestimuleerd door de publicaties en activiteiten van ForumC, zoals in het interview op pagina tien en verder te lezen, besloten we als redactie de proef op de som te nemen. Herkennen twintigers en dertigers zich hierin en wordt er door ForumC een gat gedicht dat in andere verbanden, en dan meer specifiek de kerk, niet ingevuld wordt? Vanuit de kerk van Kampen was er snel de bereidheid van een Bijbelstudiegroep aan dit zeer beperkte veldonderzoek mee te werken.

Wat eraan voorafging
Ter voorbereiding kregen veertien jongvolwassenen tussen de vijfentwintig en vijfendertig jaar oud de vragen voorgelegd zoals in het kader opgenomen. Iedere veertien dagen komen ze wisselend bij elkaar thuis. Ze kennen elkaar al langer. Op één van deze avonden spreken ze door over deze vragen. Er ontstaat een boeiend gesprek, waarvan we hierbij een klein deel met de lezers van De Wekker delen. Mogelijk leidt dat in andere kerken tot inspiratie voor een vergelijkbare ontmoeting.

Van wie verwacht ik antwoord?
Samen met veertien jongvolwassenen nadenken over de grote vragen van het leven leidt bijna als vanzelf tot een vervolgvraag: ‘Van wie verwacht ik het antwoord en wat of wie zien wij als de kerk?’ Zonder te willen zeggen dat hier veertien verschillende antwoorden op gegeven worden, is de verscheidenheid toch opmerkelijk groot. Aan de ene kant is er herkenning en waardering ‘voor het werk van de predikant die goed weet in te spelen op de individuele vragen van jongvolwassenen met heldere antwoorden en lijnen vanuit de Bijbel’. Aan de andere kant wordt positief gesproken over ‘gemeenteleden die soms op persoonlijke titel, dus los van een ambtelijke context, jongvolwassenen op een fijne manier opvangen en met raad en daad terzijde staan’. En daar tussendoor schieten dan opmerkingen als: ‘Je moet het niet allemaal van de dominee verwachten’, ‘Zijn wij als Bijbelstudiegroep misschien ook kerk?’ en ’Ben ik zelf wel voldoende actief betrokken op de ander?’

Wij kiezen zelf van wie wij antwoord verwachten
Tussen alles wat er deze avond over tafel gaat maken de gespreksdeelnemers duidelijk dat zij veel meer dan voorgaande generaties ‘zelf bepalen wie de antwoorden mogen geven op de vragen waarmee ze rondlopen’. Of de vragen allemaal anders zijn wordt in twijfel getrokken. Er zijn vragen in het christelijk geloof die langer dan één generatie actueel blijven. Zo is bijvoorbeeld de grote vraag van het lijden geen twee generaties oud, maar al actueel zolang er mensen buiten het Paradijs op aarde leven. Maar door het wegvallen van alle klassieke patronen in de samenleving, waarin de gemeenschap bepaalde wat je geloofde en hoe je geloofde, willen jongvolwassenen van nu dat veel meer zelf kunnen bepalen: ‘Wij bepalen zelf onze prioriteiten en laten ons minder leiden door wat van ons verwacht wordt’. Door één van de gespreksdeelnemers wordt deze ontwikkeling kernachtig verwoord: ‘Onze vragen zijn niet anders, maar we verwerken ze wel anders’.

Wat zijn dan jullie vragen?
In een poging om door te stoten naar de kernvraag van deze avond wat voor hen op dit moment de grote vragen zijn, ontstaat er een waaier van antwoorden die zich niet goed samen laten vatten. Ze cirkelen voor een deel rond de vraag hoe je in 2018 op een actuele en aansprekende manier je geloof kunt beleven en of daar in een gereformeerde kerk, die bij dat karakter passende diensten belegt, wel voldoende ruimte bestaat om invulling aan te geven: ‘Soms heb ik het gevoel in onze kerk dat het geloof alleen voor theologen en rationele mensen is. Ik verlang er naar mijn geloof te beleven. Hoe doe ik dat dan? Ik heb er behoefte aan echt tot rust te komen in een samenleving waar steeds meer mensen met een burn-out te maken krijgen. Hoe word ik in de kerkdienst en ook daarbuiten echt stil voor God zoals we zingen: stil, mijn ziel, wees stil?’. Een tweede geeft aan er behoefte aan te hebben handvatten te krijgen hoe je op een christelijke manier ‘aan zelfontplooiing kunt en mag werken, omdat er overwegend negatief over gesproken wordt, terwijl we toch ook onze talenten mogen ontwikkelen?’. Voor een derde is het juist een belangrijke vraag om meer zicht te krijgen op de vraag ‘wat God van haar vraagt omdat ze er vast van overtuigd is dat God van haar dingen verwacht. En die moet ze dan toch doen?’. Voor een vierde is het ‘een verlangen te ontdekken hoe zij op een praktische manier invulling kan geven aan het discipelschap’. En vanuit een zeer intensieve evangelisatieactie in een andere stad legt ze er ook het verlangen naast om ‘beter toegerust te worden om kritische vragen met een wetenschappelijke insteek beter te kunnen beantwoorden’. Voor nog weer een ander valt het op dat haar vragen anders zijn dan tien jaar geleden: ’als puber dacht ik alleen aan het leven hier en nu, terwijl ik nu, ook door sterfgevallen om mij heen, veel meer nadenk over het leven na de dood’. Wat weer leidt tot een vervolgvraag: ’Leef ik wel bewust genoeg, hoor ik de vogels nog wel fluiten, of ben ik altijd druk met het werk en in de kerk?’.

Het gaat om de relatie
In alles wat over tafel golft wordt benadrukt dat de relatie tussen jongere en oudere gemeenteleden als heel erg belangrijk wordt ervaren. Waar de persoonlijke relatie goed is, kunnen verschillende zienswijzen over het christelijk geloof naast elkaar bestaan: ‘Ik spreek soms een man in onze kerk die ik niet goed ken, maar die wel heel serieus met het geloof bezig is en daarover nadenkt. En daardoor ken ik hem eigenlijk wel…’. Leeftijd, opleiding en sociale achtergrond worden dan blijkbaar minder belangrijk. Vanuit de relatie kan je de band versterken en kan er een veilig huis van God gebouwd worden. Daar woont de liefde tot God en tot elkaar. Daar geeft God zijn zegen. Daarin is het mogelijk dat vragen naast elkaar bestaan. Daarin is het ook mogelijk dat er verschillende antwoorden gegeven worden en ook dat er geen antwoorden komen, vanuit het inzicht dat ‘sommige vragen altijd een vraag zullen blijven’.

De ontknoping
Wanneer voor de laatste keer aangedrongen wordt om te reageren op de vraag of er in de gemeente van Kampen vragen niet mogen bestaan (en zo ja, welke dat dan zijn) blijft het wat ongemakkelijk stil. Totdat één van de deelnemers opeens wat verbaasd reageert: ‘Maar maken we het allemaal niet veel te ingewikkeld met elkaar? Geloof is toch geloof’?’ en ‘Als je het allemaal begrijpen en verklaren kunt, is het toch geen geloof meer?’ Zonder dat de vragen daarmee verdwijnen voelen ze opeens een stuk lichter. En een ander weet het weer: ‘Worden als een kind!’. Daarover later verder mijmerend zie ik een kind dat de éne na de andere waaromvraag op vader of moeder afvuurt. Maar wel al spelend, zingend of schommelend in de tuin. Als mij ten slotte de vraag voorgelegd zou worden wat ik als belangrijkste van deze avond heb meegenomen, dan is het wel dat we er voor alles voor moeten zorgen dat we in de kerk een atmosfeer creëren er in de kerk een atmosfeer gecreëerd wordt waarin jongvolwassenen en ouderen van hart tot hart met elkaar kunnen spreken over de fijne en de moeilijke dingen van het geloof. Veilig en vertrouwd. Of ForumC daar een rol van betekenis in kan spelen is met die éne avond in Kampen niet duidelijk geworden. Daar is meer onderzoek voor nodig.

Met dank aan:
Thomas en Martine, Lammert, Patrick en Paulien, Johan en Margriet, Alice, Marlies, Hugo en Annemarie.