jaargang 131, nr. 06, 18 maart 2022

Geheel anders
De Amerikaanse prediker Jonathan Edwards (1703-1758) had op een dag een ervaring die eigenlijk met geen pen te beschrijven was. Toch probeerde hij er later woorden aan te geven: ‘Ik zag de heerlijkheid van Gods Zoon als Middelaar tussen God en mensen (…). De Persoon van Christus verscheen onuitsprekelijk heerlijk, een uitnemendheid die groot genoeg is om alle gedachten en bevattingen te verslinden. Dit duurde, voor zover ik het kan beoordelen, ongeveer een uur. Ik voelde een hevig verlangen in mijn ziel (…) om in het stof te liggen en alleen vol van Christus te zijn. Om Hem met een zuivere en heilige liefde te beminnen.’

Jonathan Edwards proefde iets van Gods heiligheid. Als dat gebeurt, komt er diep ontzag. Als Jesaja God in Zijn heiligheid ontmoet, roept hij uit: ‘Wee mij, want ik verga! Ik ben immers een man met onreine lippen’ (Jes. 6: 5a). Johannes wandelde met de Heere Jezus op aarde maar toen Jezus op Patmos Zich in heerlijkheid openbaarde, viel hij als dood aan Zijn voeten (Openb. 1: 17).

Bij het woord ‘heilig’ denken we vaak aan iemand die niets verkeerd doet. Dat geldt zeker voor God. Hij is zonder zonde. Maar heiligheid is niet alleen maar de afwezigheid van het verkeerde. De heiligheid van God betekent allereerst dat Hij geheel anders is. Volmaakt rechtvaardig, liefdevol, onverdeeld. Het woord ‘heilig’ betekent ‘apart gezet’, ‘afgezonderd’ (Ex. 15: 11).

De Bijbel roept ons op om, net als God, heilig te zijn. ‘Wees heilig want Ik ben heilig’ (1 Petr. 1: 16). Dat betekent niet dat je in eigen kracht heel ‘christelijk’ probeert te leven. Het gaat erom dat je gelooft in Christus Die een volkomen offer voor alle zonde bracht. Alleen door het geloof in Hem worden we gerechtvaardigd en heilig verklaard. Alleen in verbondenheid met Hem zullen we dan, door de Geest Die in ons woont, ook anders, heilig gaan leven.