128e jaargang, 7 juni nr.12

In het Nieuwe Testament wordt het werk van de Heilige Geest regelmatig in verband gebracht met de eenheid die God wil schenken. Juist in een tijd van individualisme en dreigende polarisatie is het goed om als kerken en gelovigen aandacht te hebben voor het werk van de Heilige Geest die één maakt.

Vier keer per jaar publiceert het Sociaal Cultureel Planbureau de zogenaamde ‘Burgerperspectieven’. ‘Burgerperspectieven’ is een doorgaand onderzoek naar veranderingen en constanten in de persoonlijke, politieke en maatschappelijke opvattingen van de Nederlandse burgers. Door middel van enquêtes, interviews en focusgroepen wordt geprobeerd een beeld te schetsen wat de ‘Nederlander’ bezighoudt.

De eerste uitgave van 2019 stond in het teken van het thema ‘tegenstellingen en polarisatie’. Onderzoek toont aan dat de ‘Nederlander’ zich steeds meer zorgen maakt over vermeende maatschappelijke tegenstellingen. Er zijn steeds meer zorgen over spanningen, conflicten en polarisatie tussen groepen in de samenleving. Driekwart van de deelnemers aan het onderzoek is ervan overtuigd dat in ons land de meningsverschillen steeds groter worden.[1]

Het rapport roept een herkenbaar beeld op. Mensen lijken steeds vaker tegenover elkaar te staan. Kijk alleen maar naar de politiek. De ene politicus zegt dit, de andere politicus zegt dat. Steeds minder gebeurt dat rustig en weloverwogen, en steeds vaker schreeuwend of veel te kort door de bocht. De nuance lijkt ver te zoeken, als er een punt gemaakt moet worden tegenwoordig. Je moet bovendien niet alleen je eigen punt maken, maar als het even kan moet je ook je tegenstander in een kwaad daglicht stellen. Je moet zorgen dat mensen gedwongen worden een keuze te maken, in plaats van lafhartig zoeken naar nuance en een middenweg. Met een duur woord noemen we dat: polarisatie. Ervoor zorgen dat mensen en groepen tegenover elkaar komen te staan.

Het gebrek aan samenhang dat hieruit voortvloeit is een van de grote problemen van onze tegenwoordige maatschappij: We zijn allemaal individuen die langs elkaar heen leven en vooral met zichzelf met bezig zijn, maar als er dan punten zijn waarop we met elkaar een beslissing moeten nemen, dan blijkt dat we linea recta tegenover elkaar staan. De eenheid is ver te zoeken.

Tegenstellingen in de gemeente

Dit gebrek aan eenheid kan ook zo maar z’n weg vinden in onze kerken en in de gemeente. Wij ademen immers diezelfde lucht in en nemen deel aan diezelfde samenleving. Wij lopen dus net zo goed het gevaar om tegenover elkaar komen te staan.

Paulus, bijvoorbeeld, kon hierover mee praten.  Ook zijn tijd was een tijd van enorme tegenstellingen en die tegenstelling vonden hun weg in de gemeente. Met enige overdrijving zou je kunnen zeggen dat Paulus de hele eerste brief aan de gemeente in Korinthe schrijft om van die gemeente weer een eenheid te maken.

De gemeente van Korinthe was verdeeld tot op het bot. Allereerst waren er groepen in de gemeente: ‘ik ben van Kefas, ik ben van Apollos, ik ben van Paulus, ik ben van Jezus’, lezen we in 1 Korinthiërs 1: 12. De gemeente van Korinthe was blijkbaar verdeeld in verschillende facties. Hoe dit in de praktijk er precies uitgezien heeft weten we niet, maar dat de eenheid van de gemeente hierdoor op het spel kwam te staan, staat buiten kijf.

Maar niet alleen kwamen verschillende facties tegenover elkaar te staan, ook de individuele gemeenteleden stonden tegenover elkaar. Sommige gemeenteleden waren bijvoorbeeld trots op de gaven die ze van God gekregen hadden: ze konden geweldig indrukwekkende dingen doen. Spreken in tongen, genezingen, meeslepend vertellen over God. En die mensen waren zo blij met de gaven die ze hadden, dat ze zichzelf belangrijker achtten dan de mensen die minder – of liever – andere gaven hadden ontvangen. Zij konden in tongen spreken, dus zij waren de ware gelovigen, terwijl die ‘gewone’ leden die dat niet konden niet daadwerkelijk meetelden. We voelen wel aan dat deze houding fnuikend is voor de eenheid in de gemeente.

Nu wil ik niet beweren dat deze kwesties bij ons ook spelen, maar we moeten er wel op bedacht zijn. Immers, als in zo’n gemeente, die nog maar net gesticht is, het virus van verdeeldheid al zo zijn weg gaat, dan moeten wij niet de illusie hebben dat wij vrij zijn van besmettingsgevaar. En misschien zijn we niet ziek, maar we zijn door ons individualistische levensklimaat wel extra kwetsbaar. Zowel op plaatselijk niveau als landelijk.

Op plaatselijk niveau worstelen veel gemeenten met allerlei vraagstukken die tot verdeeldheid kunnen leiden. Dat kunnen ‘grote’ zaken betreffen zoals bijvoorbeeld de vragen rondom huwelijk en seksualiteit. Maar het kan ook gaan om betrekkelijk geringe zaken zoals bijvoorbeeld de volgorde van de liturgie. Op landelijk niveau merken we als kerken ook steeds meer hoe lastig het is om daadwerkelijk samen op te trekken. We merken spanning rond bepaalde onderwerpen en we voelen dat er ook binnen het kerkverband sprake is van een gebrek aan eenheid.

De doop als teken van eenheid

Paulus treedt in zijn eerste brief aan de gemeente in Korinthe in het geweer tegen het gebrek aan eenheid. Verdeeldheid mag geen plek hebben in de kerken en in gemeente en het kan niet zo zijn dat we als los zand aan elkaar hangen. Waarom niet?

Paulus wijst op de doop. Hij zegt het in 1 Korinthiërs 12: 13 als volgt: Ook wij allen immers zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt, hetzij dat wij Joden zijn, hetzij Grieken, hetzij slaven, hetzij vrijen; en wij allen zijn van één Geest doordrenkt. De doop is het teken van eenheid. De doop maakt ons tot één lichaam.

De toegang tot de gemeente loopt via het water van de doop. In oude kerken zie je nog weleens dat de doopvont bij de ingang staat. Dat is eigenlijk een heel mooi symbool: je kunt als mens pas tot Gods volk toetreden als je de door het water van de doop bent gegaan.

Ieder lid van de gemeente heeft dus het water van de doop over zich heen gehad: ofwel als klein kind, ofwel op latere leeftijd. En dat water van de doop wijst ons op en verbindt ons aan Jezus Christus die voor ons wilde sterven, om aan ons egoïsme ten onder te gaan. Op Jezus Christus, die voor ons is opgestaan in een nieuw leven. Dat water van de doop laat zien: wij moeten allemaal leven van genade. Dat maakt nederig aan de ene kant en vrijmoedig aan de andere kant.

Allereerst maakt het ons nederig. Wij allemaal hadden en hebben het nodig dat Christus voor ons wilde sterven. Niemand van ons kan trots op zichzelf wijzen en zeggen: kijk eens wat ik allemaal kan! Nee, we kunnen alleen op Jezus wijzen en zeggen: kijk eens wat Hij ook mij heeft gedaan! In de gemeente loopt niemand trots met de borst vooruit. In de gemeente mogen we nooit neerkijken op anderen. Want als we op anderen neerkijken, dan kijken we niet langer omhoog, naar Jezus. Dan raken we het zicht op Jezus kwijt en dan verliezen we Zijn genade uit het oog.

Maar daarnaast maakt het ons ook vrijmoedig. Niemand binnen de gemeente kan zeggen ‘ik stel niets voor, ik ben niets waard’. Iedere gelovige mag weten: Christus had mij zo lief dat Hij ook voor mij Zijn leven wilde geven.

De doop maakt ons nederig en vrijmoedig! Het geeft ons de moed om nederig te zijn en het verlangen om dat wat God ons heeft gegeven vrijmoedig te delen. De doop maakt één, want het laat zien dat we alleen kunnen leven door de genade die de Here Jezus heeft laten zien.

‘Door’ de Geest

Misschien is het goed om nog iets nauwkeuriger te kijken naar hoe Paulus het zegt. Hij schrijft: Ook wij allen immers zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt. De NBV heeft hier staan dat we allen gedoopt zijn ‘in één Geest’. Eerlijk gezegd is die vertaling niet helemaal gelukkig. Het voorzetsel ‘in’ maakt niet duidelijk dat de Heilige Geest zelf bezig is in de doop. We kunnen met de HSV ‘in’ beter lezen als door één Geest gedoopt zijn.

Dat is belangrijk, want daardoor leren we dat de doop niet maar een symbolisch gebeuren is. De doop zou dan symbolisch uitbeelden dat je als mens bij Jezus hoort, doordat de predikant het water over de gelovige uitgiet. Dat doet aan de doop tekort. De doop is namelijk niet allereerst een daad van de gelovige of van de predikant, maar juist van Gods Geest. We zijn gedoopt door de Heilige Geest. Dat wil zeggen, de Heilige Geest verbindt je als gelovige niet alleen symbolisch, maar daadwerkelijk met wat de Here Jezus heeft gedaan. Dat zie en voel je misschien niet altijd daadwerkelijk, maar je mag het wel geloven: zoals het water over het hoofd gaat en je lichaam wast, zo wil de Heilige Geest in jou als gelovige je reinigen met het bloed van Jezus.

 

Eenwording

En omdat de Geest dus daadwerkelijk aan het werk is, kan er ook echt sprake zijn van een eenheid. De Heilige Geest is bezig ons als gelovigen aan Jezus vast te smeden, maar ook aan elkaar.

Moet je eens kijken welke tegenstellingen Paulus benoemt: hetzij dat wij Joden zijn, hetzij Grieken, hetzij slaven, hetzij vrijen; en wij allen zijn van één Geest doordrenkt. Dat zijn zo ongeveer de twee grootste mogelijke tegenstellingen in de maatschappij van die dagen. De religieuze tegenstelling tussen Jood en Griek aan de ene kant en de sociale tegenstelling tussen slaaf en vrij aan de andere kant.

Over religieuze tegenstellingen kunnen we vandaag de dag ook mee praten. Hoeveel conflicten en spanningen tussen mensen individueel en worden niet – terecht of onterecht – teruggevoerd op verschil in godsdienst? Vaak zijn het dan nog niet eens de godsdienstige aspecten die de oorzaak zijn, maar de grote culturele afstand die er gaapt tussen de verschillende levensbeschouwingen.

Maar ook de sociale tegenstellingen behoren niet tot het verleden. In tegendeel: de hele wereld is doortrokken van de immense kloof die er gaapt tussen arm en rijk.

De grootste levensbeschouwelijke en maatschappelijke tegenstellingen worden in de gemeente overwonnen door de kracht van de Geest. Het Engelse woord voor verzoening is mooi: atonement. Letterlijk betekent dat: eenmaking. Dat is verzoening, dat tegenstellingen werkelijk overwonnen worden. De tegenstelling tussen God en mens, de tegenstelling tussen mensen onderling. Deze wereld wordt gekenmerkt door verdeeldheid en afgunst, in de gemeente mag dat niet zo zijn: eenheid en liefde voor elkaar.

 

Zichtbaar evangelie

Het evangelie van God die in Jezus Christus de wereld met zich verzoent, wordt zichtbaar, tastbaar en ervaarbaar daar waar totaal verschillende mensen samen komen, zich met elkaar verzoenen en één worden. Als kerk leven we het evangelie, op het moment dat we ons door de kracht van Christus en Zijn Geest aan elkaar laten verbinden: vrijmoedig en nederig. Eenheid is dus niet alleen een opdracht naar elkaar toe, maar staat ook ten dienste aan de missie van de kerk in deze wereld. Bad Jezus niet vlak voor Zijn lijdensweg om eenheid van hen die in Hem geloven, ‘opdat de wereld zal geloven dat U Mij gezonden hebt’?

Betekent dat, dat er geen verschillen mogen zijn? Totaal niet. Integendeel zelfs. Maar het geheim van een christelijke gemeente is dat verschillen – welke verschillen ook – niet worden gebruikt om jezelf te profileren ten koste van een ander, maar juist om anderen te dienen. Eenheid is daar waar verschillen niet gebruikt worden om je tegenover elkaar af te zetten, maar om elkaar op te bouwen.

 

Ds. R.G. den Hertog is vanaf 25 augustus 2019 predikant van de Christelijke Gereformeerde Kerk te Amsterdam (Amstelgemeente)