127e jaargang, 19 januari 2018, nr.2

Het is opvallend hoe gewoon we de tweeslag ‘huwelijk-echtscheiding’ zijn gaan vinden. Opvallend omdat blijkbaar ‘echtscheiding’ helemaal hoort bij het huwelijk – je kunt er statistisch ook niet omheen. Maar vooral ook opvallend omdat daarmee haast standaard naar het negatieve wordt gekeken, naar hoe het mis kan gaan en dikwijls ook misgaat. Want daarmee kan er zomaar in ons denkpatroon minder ruimte komen voor hoe geweldig goed God het huwelijk en de seksualiteit heeft geschapen. En hoe Hij ook na de zondeval het huwelijk in stand heeft gehouden, niet als iets slechts, maar als iets goeds. Naar dat positieve wil ik in dit artikel kijken door te beginnen bij het begin, Genesis 1 en 2.

Hoe het begon
Het huwelijk is door God geschapen en gegeven in het paradijs. Huwelijk en seksualiteit zijn dus van vóór de zondeval. Je kunt niet zeggen dat het huwelijk en de seks een noodingreep zijn van na de zondeval waarmee God op de een of andere manier de zonde en de driften wilde beteugelen of iets dergelijks. Nee, de Heere wilde het. Hij zei ook van het huwelijk en de seksualiteit: ‘en zie, het was zeer goed!’ De schepping van het huwelijk en de seksualiteit begon al met hoe Hij de mens schiep. In Genesis 1: 26-27 lezen we dat de mens gemaakt is naar Gods beeld en dat dat o.a. betekent dat Hij ze mannelijk en vrouwelijk schiep. De man met al zijn mannelijke en de vrouw met al haar vrouwelijke eigenschappen. God schiep man en vrouw weliswaar verschillend maar vooral voor elkaar. Zodat ze met elkaar een diepe en sterke eenheid zouden vormen. Waarmee overigens niet gezegd is, dat iemand die vrijgezel is niet aan Gods scheppingsdoel beantwoordt. Onze Heiland zelf, Gods Zoon Die de menselijke natuur helemaal heeft aangenomen, bleef bijvoorbeeld ook alleen. En in 1 Korinthe 7 zegt Paulus zelfs dat het beter is om alleen te blijven om redenen die hij daar beschrijft. Maar God schiep de mens zoals Hij ze schiep voor elkaar. Zo wilde Hij het.

Dat lijkt eerst niet zo te zijn, als je Genesis 2 leest. Je zou haast denken dat de Heere een fout maakte in de schepping doordat Hij geen vrouw aan Adam had gegeven. Maar het is de leiding van God om Adam eerst te laten ontdekken dat hij alleen is. Dan zegt de Heere: ‘Het is niet goed dat de mens alleen is; Ik zal een hulp voor hem maken als iemand tegenover hem’. Een ‘hulp’ voor de man is hier beslist niet een ‘hulpje’. Het gaat hier om een prachtig Bijbels woord, dat in de meeste gevallen van God wordt gebruikt: Hij is de Helper (denk aan Psalm 121), en als die Helper is Hij onmisbaar. God zegt: de mens heeft zo’n onmisbare helper nodig, iemand die hem aanvult, zodat er harmonie zal zijn. Zij zullen tegenover elkaar niet een verschillende positie innemen, maar dezelfde. Er staat bij: ‘als iemand tegenover hem’. Daar zit geen tegenstelling in, maar daarmee wordt juist bedoeld: zo bij elkaar passend, zo op elkaar aangelegd zijn, dat ze als puzzelstukjes in elkaar schuiven.

Adam merkt zijn gemis als hij de prachtige schepping van God ziet en de dieren namen geeft. Als hij dat ontdekt heeft, grijpt God in. Hij brengt Adam onder narcose en neemt een rib. Daaruit vormt Hij Eva en brengt haar dan naar hem toe. Je kunt je afvragen: waarom een rib? Iemand zei: het is eigenlijk zijn zijde, zodat ze zij aan zij kunnen staan. Iemand anders legde het mooi uit: ‘niet uit het hoofd, zodat ze hem zou overheersen, niet uit zijn voeten, zodat hij haar zou kunnen vertreden, maar van onder zijn arm, opdat hij haar zou beschermen en van vlakbij zijn hart, zodat hij haar zou beminnen.’ God had er in ieder geval Zijn bedoeling mee. Want Adam was geschapen uit het stof der aarde. God had dus om nog een mens te scheppen opnieuw een mens kunnen scheppen uit het stof van de aarde, zodat er los naast Adam nog een mens zou zijn. Maar nee, zij komt uit hem voort.

Dáárover is Adam verrukt. Want als hij wakker wordt, staat er dat de Heere haar bij Adam bracht. Dat moet intens verrukkelijk moment zijn geweest. Fan-tas-tisch! De mond van Adam zakt ongetwijfeld open van verbazing. En dan barst hij uit in een lofzang. De eerste klanken van een mens die we in de Bijbel lezen zijn de lofzang van een man op zijn vrouw. ‘Deze is ditmaal been van mijn beenderen en vlees van mijn vlees! Deze zal mannin genoemd worden, want uit de man is zij genomen.’ Adam ziet in haar zoveel van zichzelf. ‘Zij, zij, zij.’ De woorden rollen over elkaar heen. ‘Ditmaal is zij been van mijn beenderen en vlees van mijn vlees’. Oftewel: ik heb al veel gezien in de schepping, allemaal even mooi, maar dit slaat alles. Ik herken mezelf, ik ben een man en zij is bijna gelijk en toch anders, ik noem haar: mannin. In het Hebreeuws klinkt het zo: ‘ish’ en ‘isha’. Hier zit zoveel verwondering in, zoveel verbazing, zoveel diepe vreugde en zoveel respect. Het resultaat zal zijn geweest dat zijn vrouw gebloosd zal hebben. Iemand zei: een beter voorspel op de seksuele eenheid is niet mogelijk. Dat hij zingt: ‘vrouw, mijn bloedeigen vrouw, wat heeft God je onwaarschijnlijk mooi gemaakt!’.

Daarna
Zoals de Heere hen aan elkaar geeft, merk je dat man en vrouw een eenheid worden die niet meer stuk mag gaan. Als conclusie volgt er van deze schepping van man en vrouw en het huwelijk en de seksualiteit: ‘Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten; en zij zullen tot één vlees zijn.’ Omdat God het zo gemaakt heeft en zo bedacht heeft, omdat God het zo gegeven heeft, daarom zullen alle huwelijken zo zijn. Het is belangrijk om te zien dat dat ook na de zondeval geldt. Dat merk je als Jezus deze tekst citeert als het in Mattheüs 19 gaat over echtscheiding, waarmee de Zaligmaker teruggrijpt op hoe God het heeft bedoeld in de schepping. Ook Paulus noemt deze tekst als uitgangspunt (Efeze 5: 31) als hij het huwelijk vergelijkt met de eenwording tussen Christus en Zijn gemeente.

Dit geldt dus voor alle huwelijken, altijd: a) verlaten; b) hechten; c) tot één vlees zijn. Samen zeggen deze drie dingen één ding: het huwelijk moet officieel gesloten worden. Onder getuigen. Dat opent de weg tot seksuele gemeenschap. Wat de Heere geeft is zo groot, zo mooi en geeft zo’n diepe eenheid, dat je dat niet op een achternamiddag doet en ook niet met z’n tweeën. Nee, officieel, met vele getuigen, onder wie de familie.

Want het eerste is: ‘een man zal zijn vader en zijn moeder verlaten’. Hier wordt duidelijk dat de bloedbanden minder belangrijk zijn dan de huwelijksband; je man of vrouw is belangrijker dan je familie. Voor vrouwen in onze tijd geldt evengoed dat zij haar ouders moet verlaten. Maar in die tijd woonde een man op het erf van zijn familie, dat was hun erfelijk bezit. De vrouw ging van haar erfdeel weg. Vandaar ook de bruidsschat. Het erfdeel van haar familie verloor een belangrijke kracht, terwijl het erfdeel van de man er een kracht bijkreeg. Voor haar was het al duidelijk: zij verliet haar ouders al om bij haar man te gaan wonen. Maar haar man moest wel zijn ouders verlaten. Misschien nog wel op het erfdeel wonend, maar zelfstandig.

Het tweede dat er staat is: ‘je aan je vrouw hechten’. Eén man hecht zich dus aan één vrouw. Het gaat hier om een diepe eenheid: een man moet zich aan zijn vrouw hechten, haar aankleven, zo vast aan haar verbonden raken zoals sterke lijm die nooit meer loslaat. Dat gebeurt nadat iedereen er officieel van in kennis is gesteld. Dat is de omheining voor het huwelijk, voor de seksuele gemeenschap. Is het niet genoeg om elkaar een op een te beloven dat je bij elkaar blijft? De Bijbel is heel duidelijk: nee, dat is niet genoeg. Daarmee kom je nooit bij de diepe eenheid van Genesis 2. Wie echt van de ander houdt, wil zichzelf met huid en haar geven. Die wil het officieel, zodat ieder het weet en hij/zij er zelf op aangesproken kan worden, vastleggen dat hij/zij voor altijd aan de ander wil ‘kleven’. De Heere wil dat je onvoorwaardelijk voor je man/vrouw gaat. Dat je zegt: ‘wat er ook gebeurt, al is het niet altijd even fijn, al gaan er dingen mis, ik beloof dat ik me aan jou hecht. Ik zal je mijn liefde blijven geven. Al kom ik iemand tegen die leuk en vriendelijk tegen me is. Al zijn er moeiten, onvoorwaardelijk houd ik mijn belofte van trouw.’ Dat officiële ja-woord biedt de bescherming voor een goede seksuele relatie. Dat je alleen van elkaar bent. Dat er binnen die veilige omheining kinderen kunnen komen.

Het derde is: ‘en zij zullen tot één vlees zijn’. Dat is meer dan alleen maar de lichamelijke eenwording tussen man en vrouw. Het gaat veel breder. Het gaat om het leven samen delen. In alles. Je bent samen een nieuwe levensgemeenschap. Ieder heeft natuurlijk wel zijn eigen dingen en er zijn verschillende interesses. Maar het blijft altijd de interesse van ‘vlees van mijn vlees’ en ‘been van mijn been’. Het betekent kortom dat je op één noemer leeft. En binnen die eenheid krijgt geslachtsgemeenschap een plek. Dan mag je één worden. Als man en vrouw. Het is bijzonder hoe de Heere de mens anders heeft geschapen dan de dieren. Dieren kunnen elkaar bij het hebben van geslachtsgemeenschap niet in de ogen kijken, maar mannen en vrouwen mogen elkaar juist in het liefhebben van elkaar diep in de ogen kijken. Zodat er ‘gemeenschap’ ontstaat. Dat je gericht bent op de ander. Dat je de ander wilt dienen door de liefde. En reken maar dat daarvan staat dat God zei dat het goed was.

Want God is liefde
Zo klinken de woorden uit het paradijs nog steeds. Ja, er is door de zondeval veel dat scheefligt en kapot ligt, vele vragen en moeiten op het gebied van huwelijk en seksualiteit. En het oude huwelijksformulier begint terecht met ‘Overmits aan de gehuwden gewoonlijk velerhande tegenspoed en kruis vanwege de zonde overkomt enz.’. Maar de Heere wil dat we blijven zien dat God het huwelijk zo prachtig en goed heeft geschapen en gegeven. Ook na de zondeval is dit Zijn bedoeling. Wat is het wonderlijk genadig als we bedenken dat we een God hebben die dit niet alleen maar van ons vraagt, maar Die ons daarvoor ook alles wil schenken. Juist in het gelovige huwelijk wil de Heere Zijn liefde uitstorten. We zijn op Hem aangewezen.

Want Hij weet wat liefde is. Hij ís liefde. Hij wil dat christelijke mannen en vrouwen samen buigen voor Hem en de liefde van Hem leren. Hij heeft Zijn liefde immers getoond in Jezus Christus voor goddelozen en zondaren die werkelijk alles misdoen. Zulke mensen heeft Hij lief en met hen wil Hij een relatie. Hij wil ze uit onbegrijpelijke genade reinigen en wassen in het bloed van Zijn Zoon. Hij wil Zijn liefde delen met hen. En het mooiste is, dat Hij die relatie met zondige mensen omschrijft met het beeld van het huwelijk. Die diepe eenheid (zoals man en vrouw een worden) wil God ook met ons (getrouwd of ongetrouwd). De trouw die een huwelijk kenmerkt zoals beschreven in Genesis 2, dat is de diepe trouw van God. En daarmee zegt Hij het om Jezus’ wil tegen alle zondaren die door genade Hem hebben lief gekregen: ‘Ik houd je vast, Ik blijf trouw, Ik laat je niet los, je bent van Mij’. Van Hem mogen we daarom alles verwachten.

Ds. P.W.J. van der Toorn is predikant van de Christelijke Gereformeerde Kerk te Bunschoten