jaargang 130, nr. 7, 2 april 2021

Opstanding  

De Joodse Bijbelgeleerde Pinchas Lapide noemde zichzelf geen christen. Maar dat Jezus was opgestaan uit de dood, kon hij na lang onderzoek niet ontkennen. De argumenten hiervoor vond Lapide te sterk en overtuigend. 

Hij schrijft: ‘Jezus stond inderdaad op uit de dood, het verhaal klopt (…) Deze bange groep van apostelen (…), deze boeren, herders en vissers die hun meester verraden hadden en zo jammerlijk gefaald hadden, veranderen van het ene in het andere moment in een missionaire groep mensen, overtuigd van Redding en in staat deze boodschap na Pasen ineens succesvol over te brengen. Geen visioen of hallucinatie is in staat om zo’n revolutionaire transformatie te veroorzaken.’ 

Jezus’ opstanding (Joh. 20 e.a.) is Zijn lichamelijke herrijzenis voorbij de dood in het onvergankelijke leven, om als de Levende uit te delen wat Hij door Zijn dood heeft verdiend. Deze opstanding, die gevierd wordt tijdens Pasen, is een unieke gebeurtenis die de wereldgeschiedenis compleet veranderd heeft. Zonder de opstanding zou er geen Kerk zijn. Zonder de opstanding zou geloven zinloos zijn. Heel het christelijk geloof staat of valt met Jezus’ lichamelijke opstanding (1 Kor. 15: 14). 

Waarom is de opstanding zo belangrijk? Door de opstanding van Jezus liet God de Vader zien dat Christus echt Zijn Zoon is. De opstanding bevestigt de goddelijke goedkeuring van Christus’ werk. Door de opstanding heeft de Heere Jezus de dood overwonnen en die van haar kracht beroofd (1 Kor. 15: 55-57). Met de opstanding bevestigt God dat Hij trouw is aan Zijn Woord en dat alle andere beloften – zoals de nieuwe hemel en de nieuwe aarde – ook vervuld zullen worden. De opstanding geeft de garantie dat wie ontslapen is in Hem, ook zal opstaan tot het eeuwige leven (1 Thess. 4: 13-14). En door Christus’ opstandingskracht worden gelovigen opgewekt tot een nieuw leven, een eeuwigheidsleven dat nu al begint (Joh. 11: 25-26).