127e jaargang, 25 mei, nr.11

Als we de Bijbel openslaan, dan treffen we aan het begin meteen al het onderwerp ‘veiligheid’ aan, al staat het woord zelf er helemaal niet. Want we lezen daar dat de aarde een chaos was en dat God dan schept en ordent. De aarde wordt bewoonbaar en Hij maakt de mens. De mens was er veilig en wandelde met God. Adam en Eva schaamden zich niet voor elkaar in hun naaktheid en ze gingen vertrouwelijk om met God. ‘En God zag dat het zeer goed was’.

 

Wandelen met God

Mooi overigens, dat beeld van wandelen dat we in heel de Bijbel aantreffen. Als wij met elkaar wandelen dan heeft dat zijn mooie momenten. Er wordt geluisterd, er is stilte, er wordt wat gezegd en je trekt samen op. In de hof waren Adam en Eva zo vertrouwd met God dat ze elke dag tijdens hun wandeling van alles konden uitwisselen. Open, transparant, veilig, vertrouwd.

In het Nieuwe Testament kom je dat wandelen onder andere tegen bij die twee mensen uit Emmaüs. Jezus voegt zich bij hen. Deze mensen uit Emmaüs komen eerlijk met hun verhaal en Jezus hoort en spreekt. De Opgestane openbaart zich aan hen. Gewoon aan twee mensen onderweg, die ontsteld waren door de gebeurtenissen in Jeruzalem.

 

Beelden van God in de Bijbel

Voor God worden in de Bijbel veel beelden gebruikt die aangeven dat je veilig bij Hem bent. Hij is onze burcht, onze rots, ons schild, onze schuilplaats enz. God wordt vergeleken met een vogel die haar kuikens beschermt onder haar vleugels. Hij heet de Bewaarder.

Het beeld van de herder is ook tekenend als het om de veiligheid gaat waar God voor zorgt. Indrukwekkend in dat opzicht is Ezechiël hoofdstuk 34. God zelf zal naar zijn (!) schapen omzien, omdat de toenmalige leiders er alleen maar op uit waren om ten koste van de zwakken zichzelf te versterken. ‘Ik zal naar verdwaalde dieren op zoek gaan, verjaagde dieren terughalen, gewonde dieren verbinden, zieke dieren gezond maken’. ‘Ik zal rechtspreken’, zegt God dan. Hij komt op voor de zwakken. Hij is de helper voor wie geen helper heeft. Zo laat onze God zich kennen.

 

Gods goede geboden

Veiligheid heeft ook te maken met de onderwijzing (wet) van God. Hij gaf zijn volk door de hand van Mozes de Tien Woorden, zijn verbondswoorden. Het is een vriendelijke vingerwijzing van God: ‘Opdat het u wel ga …’. De geboden voorkomen dat mensen in situaties terecht komen die gevaarlijk voor ze zijn. Gods geboden geven bescherming. Iemand die per ongeluk een ander gedood had, kon vluchten naar een vrijstad. Voor de weduwe, de wees en de vreemdeling lagen in Gods wetten waarborgen voor de zorg die ze nodig hadden. Als zijn volk Israël zich aan zijn geboden houdt, dan zal het veilig wonen in zijn land. Maar zodra Israël eigen wegen ging en niet naar God luisterde was het ten prooi aan vijandigheden.

Gods bescherming en veiligheid kom je ook tegen op momenten dat je het niet verwacht. Toen Adam en Eva als God wilden zijn, kennende goed en kwaad, kwam die verschrikkelijke breuk tussen God en de mens. Adam en Eva konden niet anders dan zich verbergen. Ze hadden hun veiligheid op het spel gezet en de gevolgen bleven niet uit. Ze schaamden zich voor hun naaktheid. En wat doet God dan? Hij zoekt ze op: ‘Waar ben je?!’ En Hij maakt kleren voor ze. Ze moeten het paradijs uit, maar wel met een belofte: God zal voor redding zorgen. En Hij gaat me hen mee.

Als Kaïn zijn broer heeft vermoord, krijgt hij toch een belofte van God mee: ‘Als iemand jou doodt, zal dat zevenmaal aan hem worden gewroken’ (Gen. 4: 15).

Als het volk Israël het gouden kalf heeft opgericht, dan belooft God op de pleitrede van Mozes dat zijn Aangezicht met het volk mee zal gaan. Want Mozes wist één ding: Als God niet meegaat, dan zijn we reddeloos verloren. En Hij gaat mee. Ondanks alle vijandigheden en moeiten onderweg brengt Hij zijn volk uiteindelijk veilig naar het beloofde land.

En in het Nieuwe Testament loopt het uit op het nieuwe Jeruzalem, waar geen enkele bedreiging meer is.

 

Opkomen voor de zwakken

Als de beloofde Verlosser uiteindelijk verschijnt dan komt hetzelfde beeld naar voren. De God die veiligheid biedt en opkomt voor de zwakken. Heel sterk zien we dat in Johannes 8. De Schriftgeleerden en de Farizeeën brachten een vrouw bij Hem die op overspel was betrapt. Voor overspel moet je met z’n tweeën zijn, maar de man blijft helemaal buiten beeld. De vrouw gebruiken ze als een object om Jezus te ontmaskeren. Daar is ze nog net goed genoeg voor… Want ze willen aantonen dat Jezus een charlatan is die het niet zo nauw neemt met de wetten van Mozes. ‘Meester, deze vrouw is op heterdaad betrapt toen ze overspel pleegde. Mozes draagt ons in de wet op zulke vrouwen te stenigen. Wat vindt U daarvan?’ Jezus zegt niets, maar schreef met zijn vinger op de grond. Nergens lezen we wát Jezus eigenlijk schreef. Daar zijn allerlei theorieën over.

Vorig jaar waren mijn vrouw en ik in Jeruzalem en gingen we naar een dienst van messiasbelijdende Joden in het oude Jeruzalem (Christchurch). De voorganger had het toen ook over Johannes 8. En wat hij over het schrijven van Jezus op de grond zei, trof mij. Het lijkt mij de goede uitleg. Hij zei: het kan niet anders of Jezus heeft de Tien Woorden (in die verkorte vorm, zoals je die ook in synagoges aantreft) op de grond geschreven. Want als Jezus – na het nodige aandringen – eindelijk gaat spreken, zegt Hij: ‘Wie van jullie zonder zonde is, laat die als eerste een steen naar haar werpen’. Wie schuldeloos staat tegenover de Tien Woorden van God heeft het recht om het vonnis uit te voeren. Jezus laat ze in de spiegel van Gods geboden kijken. En dan druipen zijn tegenstanders af, te beginnen bij de oudste. Als ze allemaal weg zijn zegt Jezus tegen de vrouw: ‘Waar zijn ze? Heeft niemand u veroordeeld?’ (…) ‘Ik veroordeel u ook niet…’

Jezus bood deze vrouw veiligheid tegenover de huichelaars die haar bij Jezus hadden gebracht. ‘Ga naar huis, en zondig vanaf nu niet meer’. Met deze vermaning mag ze gaan. Het opvallende is dat er toen één persoon was die zonder zonde was: Jezus. Hij had de stenen op mogen pakken. Maar Hij verkoos dat niet te doen en de stenen op Zichzelf neer te laten komen op Golgotha. Hij sprong in de bres voor deze vrouw.

 

Hoed de kudde van God

Jezus heeft ons opgedragen om in naam van Hem de kudde van God te hoeden (o.a. 1 Petrus 5:2). Dat betekent dus: op de manier zoals Hij dat wil. Nu is het trieste feit er dat wij dat nooit zullen kunnen. Wij zijn onderdeel van een gebroken wereld. Het zal met vallen en opstaan zijn. Maar: de Geest is uitgestort. ‘U die in Christus gedoopt bent, hebt u met Christus bekleed’ (Galaten 3:27). In Gods kracht en richting gegeven door zijn geboden, liefde en bedoelingen kunnen wij in zijn naam de veiligheid bieden die van ons verwacht mag worden.

Als er één plaats is waar je veilig zou moeten zijn, dan is dat in de gemeente van Christus. Maar dat gaat niet vanzelf. In de kerk kan het zo vaak voorkomen dat regels, gewoonten, tradities, loyaliteiten, groepsdenken en wat niet al een grotere rol spelen dan een enkel mens in een bepaalde, soms benarde, situatie. Bewustwording daarvan is dan ook heel belangrijk.

En transparantie is onontbeerlijk. We kunnen zo makkelijk met meel in de mond praten. Laten we ons best doen om eerlijk te zijn. Eerlijk over onszelf, onze zwakten, onze moeiten, onze fouten, onze boezemzonden enz. En elkaar daar niet op afrekenen. Zodat er de veiligheid is die God bedoelt. De veiligheid die past bij het kruis van onze Verlosser.

 

Kijk naar jezelf

Wat daar enorm bij helpt, is eerst naar onszelf kijken. Wie zijn wij? Als ik mij spiegel in de woorden van God, wat zie ik dan? In de Bergrede zegt Jezus: ‘Waarom kijk je naar de splinter in het oog van je broeder of zuster, terwijl je de balk in je eigen oog niet opmerkt?’ Als je je spiegelt in Gods Woord, dan weet je alvast dat je geen haar beter bent dan je broeder of zuster en dat jij evenals die ander leeft van 100% genade.

En dan vraagt onze God ons ook om hetzelfde te doen als Hij doet: aandacht hebben voor het zwakke. Mensen die het al zo zwaar hebben, die een zware last te dragen hebben. Mensen die zo kwetsbaar zijn, die niet zo stevig in hun schoenen staan. Mensen voor wie het leven één grote worsteling is. God vraagt ons om veiligheid te bieden. Een luisterend oor. Begrip. En nog maar eens luisteren. Ik heb er het woord ‘uitluisteren’ voor bedacht – blijven luisteren. Veel liefde, veel geduld, veel begrip. Niet meteen klaar staan met oordelen en normen en zeggen hoe het toch eigenlijk hoort. Dat weet die ander waarschijnlijk al lang. Nee, de ander veiligheid bieden. Wandelen met die ander. Net als de Schepper dat deed met Adam en Eva. Net als Jezus dat deed met de Emmaüsgangers. Net als onze Heiland dat deed bij de overspelige vrouw die bij Hem werd gebracht.

 

Vertraging

Dr. Henk Bakker gebruikt het woord ‘vertraging’ als hij het heeft over moeilijke ethische thema’s die de gemeente kunnen verdelen en die een gevoel van onveiligheid kunnen geven. Hij doet dat in zijn boek Gunnende kerk – Kompas voor een waardegestuurde gemeente-ethiek (2012, uitgeverij Brevier). Op blz. 164 schrijft hij over het grijpen naar symboolethiek. Bijvoorbeeld worden dan standpunten over echtscheiding, homoseksualiteit en samenwonen in de etalage van de kerk geplaatst. ‘Maar de brede gebrokenheid rond seksualiteit en intimiteit blijft onbenoemd en onbesproken. Huwelijksontrouw door kijken naar porno, overspel op het werk of elders, bordeelbezoek, of gewoon intimiteitsproblemen, komen niet ter sprake. Dit is met twee maten meten, oordelen met een dubbele moraal en ieder voelt deze dubbelheid ook wel aan. (…) De homo moet het ontgelden, niet de pornoverslaafde oudste die zijn leven naar buiten toe keurig voor elkaar lijkt te hebben’. In zo’n situatie is het bepaald niet veilig.

 

Bevrijdend

Veiligheid begint bij God. Als wij de teerste dingen over onszelf tegen Hem zeggen, als wij de donkere kanten in ons leven bij Hem brengen, dan is dat zo bijzonder en zo bevrijdend! De dingen die je niemand durft te vertellen, mogen we bij Hem kwijt. ‘Ik veroordeel u ook niet (…) ga naar huis en zondig vanaf nu niet meer. Wat een liefde. Wat een geborgenheid. Wat een veiligheid!

Laten wij dat dan op onze beurt betonen aan onze naasten. Veiligheid vanuit bewogenheid. Veiligheid op grond van genade. Veiligheid die geboden wordt vanuit de liefde van Jezus Christus. Dr. Henk Bakker zegt het in zijn boek (blz. 47) zo: ‘Nergens ter wereld, buiten de christelijke gemeenschap, vinden we morele ruimte die zo genadig en vergevend is door de bevrijdende aanwezigheid van Christus zelf’.

Als wij zo kwetsbaar, open en transparant gemeente van Christus durven te zijn, zal de veiligheid die God bedoelt meer en meer gevonden worden. En dat ontlokt dan op zijn beurt de lof die wij God toebrengen: U bent mijn rots, U bent mijn schild, U bent mijn herder, U bent mijn toevlucht, U bent mijn veilige haven, van nu aan tot in eeuwigheid!

 

Ds. P.J. den Hertog is predikant van de Samenwerkingsgemeente (CGK/NGK) De Bron te Amsterdam.