jaargang 130, nr. 9, 30 april 2021

Wie ziek is, gaat naar de dokter om geholpen te worden. Het lijkt vanzelfsprekend. Als het gaat om een hoestdrank of hulp bij een gebroken been, geeft dat geen discussie. Wanneer het ingewikkelder wordt, wordt het anders. Wat te denken van het vaccineren tegen covid-19? Al herken je je niet in de bezwaren wellicht, maar hoe reageer je op heel uitgesproken standpunten die in deze tijd op je af kunnen komen? Wat zegt de Schrift eigenlijk?  

Verschillende standpunten
Binnen het christelijk spectrum komt het bezwaar tegen vaccinatie hoofdzakelijk van twee kanten. We noemen de twee uitersten. Aan de ene kant wordt gezegd: gezondheid en ziekte komen uit Gods hand. Wanneer we ziek worden, heeft Hij ons daarin iets te zeggen. Bij vaccinatie probeert de mens te heersen over ziektekiemen. Het past ons niet om op deze wijze op Gods stoel plaats te nemen. We hebben ons te vernederen onder Zijn hand. Aan de andere kant hoor je geluiden zoals: God wil geen ziekte, en al het kwaad zoals ziekte komt van de satan. Bij vaccins worden ziektekiemen in het lichaam gebracht, daarmee komt men onder satanische invloed. We moeten ons daar verre van houden en ons richten op gebed. Op grond van onze positie in Christus is door het gebed iedere ziekte te overwinnen.  

Het is opvallend hoe deze twee uitersten elkaar vinden in het afwijzen van vaccinatie als middel dat God ook zou kunnen zegenen. Is het gebrek aan geloofsvertrouwen wanneer we ons laten vaccineren? Doen we de Schepper en Onderhouder van ons lichaam oneer aan? Of gedragen we ons juist onverantwoordelijk tegenover onszelf en anderen door de middelen die God ons geeft, af te wijzen? Hoe lezen wij de Schrift? Het maakt veel uit welk beeld van God we hebben en uitdragen in de wereld om ons heen.  

Gods zorg en mensenwerk
In 2 Kronieken 16 lezen we van koning Asa. Hij werd ernstig ziek. ‘Desondanks zocht hij in zijn ziekte niet de HERE maar de geneesheren’, vers 12. Asa blijkt een goddeloze koning. Is het zijn zonde dat hij hulp zoekt bij dokters? Dat lezen we niet. Wat hij doet, is zijn vertrouwen op mensen stellen in plaats van op God. Dat is iets anders dan een dokter zien als middel in Gods hand. Overgave aan de Here sluit menselijke middelen niet uit. Wel zijn we afhankelijk van Gods zorg die alles draagt. Ook een dokter is een afhankelijk mens. Wie gelooft, zal in alles – in het gebruik van hoofd en handen, in wetenschap en werk – opzien naar de Here. Zo zorgde Jozef in de vette jaren voor voorraadschuren in Egypte – die wijsheid ontving hij van zijn God. Tegelijk maakte hij in Egypte gebruik van de dienst van geneesheren. Hij gaf ze de opdracht zijn gestorven vader Jakob te balsemen (Gen. 50: 2). Lukas schrijft veel over de wonderen van Jezus – en is zelf arts. Paulus noemt hem ‘onze geliefde arts’ in Kolossenzen 4: 14. Jezus zegt Zelf in Mattheüs 9: 12: ‘Zij die gezond zijn hebben geen dokter nodig, maar zij die ziek zijn.’ De Heiland noemt de dokter als voorbeeld, om duidelijk te maken dat niet rechtvaardigen maar zondaren Hem als Zaligmaker nodig hebben. Met dat voorbeeld gaat Hij uit van de werkelijkheid waarin zieken een dokter raadplegen, zonder dat af te keuren. 

Opzien naar God of lijdzaam toezien
Nu zal iedereen het werk van een dokter in het algemeen waarderen. Bij vaccinatie speelt echter meer. In het RD citeerde iemand de opmerking dat we ‘door middel van vaccinatie ons immuun maken voor Gods slaande hand’. De schrijver sprak de hoop uit dat meer mensen afzien van vaccinatie omdat ze bevreesd zijn God tegen zich te krijgen. De opmerking wekt de indruk dat ziekte vaak een straf is van God aan ieder persoonlijk. Het veronderstelt dat we als mensen dat alles lijdzaam moeten ondergaan. Gods Woord spreekt zo niet. Vol angst je buigen voor een God bij Wie je het maar nooit weet, is een oud heidens beeld van grillige goden die kwaad bedenken en die je in angst en onzekerheid laten. De Schrift leert ons juist de dag van de benauwdheid niet lijdzaam te ondergaan, maar Hem aan te roepen opdat Hij ons helpt en wij Hem zullen eren (Ps. 50: 15). Dat bidden en smeken zouden we in onze dagen van benauwdheid meer moeten doen! Daarbij past de houding van Christus: bewogen en vol ontferming zijn over de naaste in nood, en helpen waar je kunt ongeacht wie het betreft, zoals in het voorbeeld van de barmhartige Samaritaan. In de gelijkenis zijn olie en wijn de middelen voor wondverzorging en pijnbestrijding. Als christen ben je niet geroepen om lijdzaam toe te zien, wel om op te zien naar God, om te zien naar de naaste en de mogelijkheden te benutten die Hij geeft. 

Wat geeft God?
Welke medische middelen zijn geoorloofd en welke niet? Is bij vaccinatie tegen covid-19 sprake van genetische modificatie? Deskundigen leggen duidelijk uit dat dat niet het geval is. Bij medisch-ethische vragen kunnen we voor advies goed terecht bij bijvoorbeeld de Nederlandse Patiëntenvereniging (NPV). Niet alles is als geschenk van God te zien. We hoeven niet alles zomaar aan te nemen. Het is goed artsen kritisch te bevragen: hoe verantwoord is dit, hoe groot zijn de risico’s, is het middel niet erger dan de kwaal? Aan vaccins wordt veel verdiend. Een ondernemer, verantwoordelijk voor de logistiek, noemde het een booming business. De machtige farmaceutische industrie mag goed aan de tand worden gevoeld. Dat is nog geen reden om tot het andere uiterste te vervallen en alles bij voorbaat te wantrouwen. Te midden van de vele informatiestromen is een houding van gelovige nuchterheid onmisbaar.  

Sommige christenen hechten meer waarde aan alternatieve natuurgeneeswijzen dan aan de reguliere medicatie. De tegenstelling die tussen beide wordt gemaakt, is echter vaak onterecht. Het zou niet raadzaam zijn om onbewerkt en zonder kennis alles uit de natuur te gebruiken; daar is evenals bij de reguliere medicijnen bewerking voor nodig. En die medicijnen zijn ook samengesteld uit stoffen uit Gods schepping. We mogen dankbaar zijn voor de medische kennis. Vaccins hebben niet tot doel ons ziek te maken, maar om ziekte te bestrijden door ons immuunsysteem te versterken. Anders ligt het wanneer het doel zou zijn om immuun te worden voor Gods stem. Daarvan kan geen sprake zijn wanneer we bij alles ons leven niet aan artsen maar aan Hem toevertrouwen. Van Zijn zegen zijn we afhankelijk. Het leven is door Hem gegeven. Wie dat beseft, zal de woorden uit Kolossenzen 3: 17 voor ogen houden: ‘En alles wat u doet met woorden of met daden, doe dat alles in de Naam van de Here Jezus, terwijl u God en de Vader dankt door Hem.’ 

De kracht van het gebed
Over de betekenis van het gebed is Jakobus in zijn brief heel duidelijk. Het gelovig gebed zal de zieke behouden, God zal hem weer oprichten. Daarbij noemt Jakobus de zalving met olie. Olie was in die tijd een gangbaar middel bij allerlei kwalen. Dat Jakobus het gangbare woord voor zalven (aleifo) in de grondtekst gebruikt, en niet het woord dat in religieuze context wordt gebruikt (chrio), lijkt te wijzen op het in die tijd gangbare gebruik van de olie. Anderen stellen dat de olie hier verstaan moet worden als instrument van de Geest. Hoe dan ook, het is een middel dat in de naam van de Here wordt gebruikt en daarmee geheiligd. Bij de middelen is alle verwachting van Hem. Het gebed is de weg, de Here Zelf is de Heelmeester. Je vraagt je af: waarvoor heb je dan nog een dokter, laat staan een vaccin nodig? Jakobus veronderstelt het gebruik van een middel (olie). Daarmee kunnen ook medische middelen niet op voorhand worden uitgesloten, als onze verwachting maar van de Here is. Door het gebed spreken we uit dat we met deze middelen Hem willen dienen en eren. 

Vanwaar zal onze hulp komen
Het beeld dat we hebben van God is bepalend bij onze keuzes. Veel gehoord is de opvatting: God is liefde en wil geen ziekte. Ziekte komt door de zonde en door de satan. Die zijn door Jezus overwonnen. Ieder die op Hem vertrouwt, kan elke ziekte overwinnen. Zelfs wordt gezegd dat genezing geen mogelijkheid is, maar een recht voor wie in Jezus gelooft. Vanwege ‘onze positie in Hem’. Gods Koninkrijk is door Hem binnen handbereik. Het gebed wordt dan een claim op grond van Christus’ volbrachte werk. Niet iedereen met deze opvattingen wijst vaccinatie af; het ligt wel dichtbij. Iemand schreef: ‘De duivel wil dat we bang worden en allerlei voorzorgsmaatregelen gaan nemen om maar vooral te voorkomen dat wij besmet worden. Hij wil ons binden in angst, zodat we ons niet meer richten op Jezus Christus.’ We moeten ons zeker niet bang laten maken. Maar is het spreken over satan in dit verband geen bangmakerij? Dat God liefde is, zegt de Schrift, maar liefde staat niet gelijk aan lievigheid. Soms leidt Hij ons door dalen met schaduwen van de dood. Soms gaat de weg dwars door de woestijn. Maar vanwege Christus’ volbrachte werk zal God ons daarin niet verlaten. In de donkere dalen is de Overwinnaar van Pasen onze Herder en zeg je door geloof: Mijn hulp is van de HERE die hemel en aarde gemaakt heeft (Ps. 121). 

Van belang is het onderscheid tussen onze gerechtigheid in Christus door het geloof (Rom. 8: 1) en de verheerlijking die nog wacht (Rom. 8: 17). In de tussentijd doet de dood nog van zich spreken, het is de vijand die nog onttroond moet worden (1 Kor. 15: 26). Te midden van wat benauwt, ligt ons houvast in Christus’ opstanding, waardoor we in alles méér dan overwinnaars zijn (Rom. 8: 37). Dankbaar mag je de middelen aanvaarden die jou en je naaste helpen, terwijl je leeft in hoop op Hem. 

Leven in hoop
Door christenen kunnen verschillende afwegingen en keuzes worden gemaakt. Welke die ook zijn – laat het biddend gebeuren en laat ons kompas zuiver zijn. Het leven is niet maakbaar. Wie al zijn hoop op de geneeskunde zou stellen, doet aan God geen recht en is te veel gefixeerd op de wereld die voorbijgaat. Hetzelfde valt echter te vrezen voor wie denkt hier en nu elke kwaal te kunnen uitbannen door het geloof. Wat blijft dan over van de hoop wanneer het leven pijn doet? Wie alleen voor dit leven zijn hoop op Christus bouwt, hoort volgens Paulus tot de beklagenswaardigste van alle mensen (1 Kor. 15: 19).  

We zijn en blijven in dit leven kwetsbaar. Paulus spreekt in Romeinen 8 over het lijden van de tegenwoordige wereld. Het gaat niet buiten God om. Als christen deel je daarin. Wie de Geest ontvangen heeft, zucht mee met de hele schepping (Rom. 8: 22). Nergens staat dat wij elke ziekte door de Geest zullen uitbannen. De Geest is wel de eerste gave van een wereld die komt. Daar zal God de tranen van de ogen afwissen en daar zal volkomen genezing zijn (Openb. 21: 4, 22: 2). Ondertussen geeft Hij ons nu het voorschot van de Geest. Door Hem weten we dat niets ons zal scheiden van de liefde van God in Christus. 

De hoop op God ontslaat ons niet van verantwoordelijkheid. Daarom dragen we zorg voor wie ziek is en nemen we maatregelen om een epidemie of pandemie in te dammen. Wie ziek is, heeft in deze wereld een dokter nodig en medische hulp. Laten we maar dankbaar zijn voor middelen zoals vaccins en voor al het werk dat in dienst van de barmhartigheid wordt gedaan. Als kinderen van God zullen we bidden dat Hij ons leidt en de dokter zegent. Als Hij toch niet mee zou trekken door de woestijn! Onze zorgen en vragen mogen we in Zijn handen leggen, vertrouwend op de erfenis die Hij ons geeft. In de nacht van strijd en zorgen kijken wij omhoog, gelovend in een toekomst vol van hoop.