128e jaargang, 5 juli nr.14

Een boek dat voor de geïnteresseerde Bijbellezer de Bergrede van Jezus uitlegt – dat is het boek Navolging van Bonhoeffer op het eerste gezicht. De eerste druk verscheen in 1937 toen Hitler inmiddels 4 jaar aan de macht was in Duitsland. Maar in het boek van Bonhoeffer valt diens naam niet één keer. Ogenschijnlijk is het een tijdloos boek. Bonhoeffer bespreekt de hoofdstukken 5, 6 en 7 van het evangelie van Mattheüs en trekt vervolgens lijnen door de rest van het Nieuwe Testament om te laten zien hoe de roep tot navolging daar klinkt.

Ogenschijnlijk tijdloos – maar wie naar het register van het boek bladert, vindt daar tussen begrippen als ‘leertucht’, ‘overheid’ en ‘sacramenten’ ineens heel verrassend ook de term ‘Kampf der Kirche’ – oftewel: kerkstrijd. En dat begrip is een sleutel om te ontdekken wat er in dit boek op het spel staat. Waar denkt Bonhoeffer aan als hij dat begrip een plaats geeft in het ‘Sachregister’?

Kerkstrijd
Ik schreef al: als het boek verschijnt is Hitler inmiddels ruim 4 – eigenlijk al bijna 5 – jaar aan de macht in Duitsland. Met zijn komst is er een enthousiasme vaardig geworden over Duitsland dat door velen destijds in religieuze termen werd beschreven. De schande van het verdrag van Versailles dat Duitsland had aangewezen als schuldig aan het begin van de Eerste Wereldoorlog werd ongedaan gemaakt. Duitsland nam zijn plaats weer in in de internationale gemeenschap. En Hitler zette de kerk weer op de kaart door te zeggen dat hij wilde bouwen aan Duitsland op de basis van een positief christendom – zonder ooit duidelijk te maken wat hij daarmee precies bedoelde. In ieder geval raakte hij daarmee een gevoelige snaar bij veel christenen in Duitsland. Met de ineenstorting van het keizerrijk na de Eerste Wereldoorlog was de kerk in de prille democratie die Duitsland werd ineens uit het centrum van de macht verdreven. Het aloude verbond tussen troon en altaar was verbroken geraakt – en de ontkerkelijking greep op schrikbarende wijze om zich heen. De genoemde christenen hadden heimwee naar de keizertijd en hadden om die reden een ambivalente verhouding tot de zogenaamde Weimarrepubliek – en dat is zacht uitgedrukt. Toen Hitler in 1933 de macht overnam en zich daarbij geregeld van quasi-godsdienstige taal bediende, deed dat de harten in christelijk Duitsland sneller kloppen. Bekend zijn de foto’s van SA-mannen die en masse in uniform met hun bruid aan de arm hun huwelijken kerkelijk lieten bevestigen. En die foto’s deden hun werk: deze man was van God gezonden!

In de Duitse kerk ontstond een grote groep die naar analogie van de staat die nu door één sterke man geleid werd ook de kerken in Duitsland wilde verenigen onder één leider: de rijksbisschop. Ik heb het over de zogenaamde ‘Duitse christenen’ die nog veel meer van de nazi-ideologie in de kerk wilden introduceren. Zo voerde men in de Evangelische Kirche de zogenaamde Arierparagraph in, waardoor predikanten en andere ambtsdragers met Joods bloed plotseling geweerd werden uit de ambten. En sommigen onder hen gingen nog veel verder: zij gingen op zoek naar een ‘echt’ Duits evangelie en meenden dat het de hoogste tijd was om het Oude Testament uit de christelijke Bijbel te verwijderen en het Nieuwe Testament van Joodse smetten te zuiveren.

Het riep felle reacties op. En Bonhoeffer behoorde vanaf het begin bij degenen die protest aantekenden tegen deze vermenging van kerk en ideologie. Hij was een jong, knap en veelbelovend theoloog en het is dan ook niet vreemd dat de kerk die in Duitsland de Bijbelse  lijnen wilde vasthouden – de Belijdende kerk – naast anderen ook hem vroeg om directeur te worden van een predikantenseminarie, waar de studenten die binnen de Belijdende kerk predikant zouden worden na hun opleiding aan een universiteit nog een kerkelijke opleiding zouden krijgen. Bonhoeffer gaf er zijn predikantschap in Londen voor op.

Geloofsbegrip
De seminaristen kregen onderwijs in veel verschillende vakken: preekkunde, pastoraat. En natuurlijk Bijbelse vakken. Tijdens de lessen voor Nieuwe Testament stelde Bonhoeffer de Bergrede aan de orde. Voor zijn naaste vrienden kan het nauwelijks een verrassing geweest zijn dat hij hiervoor koos. In de voorafgaande jaren had hij in brieven geregeld aandacht gevraagd voor dit gedeelte uit het Nieuwe Testament en daarbij krasse termen gebruikt. Zo schreef hij in 1934 aan zijn vriend Erwin Sutz over de Duitse kerkstrijd. Naar zijn mening had het nationaalsocialisme het einde gebracht voor de kerk in Duitsland. En veel van de oppositie tegen het drijven van de ‘Deutsche christen’ schoot zijns inziens beslissend tekort: ‘de hele zaak komt rond de Bergrede tot een beslissing,’ zo stelde hij vast om vervolgens verder te gaan: ‘Navolging van Christus – wat dat is, zou ik willen weten – het is niet mee bedacht in ons geloofsbegrip.’ Ook aan anderen schrijft hij in deze periode in deze zelfde zin.

Wat is er dan aan de hand met het geloofsbegrip? De Evangelische Kirche in Duitsland beriep zich toch op Luther en diens verwoording van het Evangelie? Zeker – maar in de loop van de geschiedenis waren de accenten ten opzichte van Luther verschoven, waarmee diens boodschap niet maar verzwakt was – nee, veel erger: zij was in haar tegendeel veranderd. De rechtvaardiging van de zondaar was verworden tot rechtvaardiging van de zonde. Bonhoeffer noemt dat goedkope genade – het is een boodschap van vergeving die niet tot een nieuw leven leidt. ‘Goedkope genade betekent genade als leer, als principe, als systeem (…) In deze kerk vindt de wereld goedkope bedekking van haar zonden, waarover ze geen berouw heeft en waarvan ze helemaal niet vrij wenst te worden.’ (13). Daar tegenover plaatst Bonhoeffer de kostbare genade – zij is genade die oproept tot navolging, tot een leven achter Jezus Christus aan. ‘Kostbaar is ze, omdat ze de mens het leven kost; genade is zij, omdat ze hem pas zo het leven schenkt; kostbaar is ze, omdat ze de zonde verdoemt; genade, omdat ze de zondaar rechtvaardigt.’ (14v).

Daar zit dus naar Bonhoeffers oordeel het punt in de kerk: het geloofsbegrip had de gehoorzame navolging overbodig verklaard en de onboetvaardige zondaar vrij spel gegeven. ‘Als de raven hebben wij ons verzameld om het lijk van de goedkope genade; daaruit ontvingen we het vergif, waaraan de navolging van Jezus onder ons stierf’, schrijft hij (22). Genade was vooronderstelling geworden voor een leven dat onveranderd geleefd kon worden. Om die reden had de betovering van Hitler zo om zich heen kunnen grijpen in de kerk en was er maar weinig echt kerkelijk protest tegen de politiek van de nazi’s: de kerk had veel te lang de verbinding met het gewone leven verwaarloosd en stond nu weerloos.

Kerkelijke vernieuwing
Bonhoeffers colleges – en daarmee ook het boek Navolging dat daaruit voortkwam – richtten zich dus allereerst op een binnenkerkelijke vernieuwing – daar immers speelt de kwestie van een juist geloofsbegrip. Heel duidelijk blijkt dat in het citaat dat ik als kop boven dit artikel heb gezet: ‘Wij moeten bekeerd worden, niet Hitler’. Die opmerkelijke woorden schrijft hij als er in september 1934 sprake van is dat belangrijke personen uit het kerkelijk verzet een onderhoud met Hitler zullen hebben. Bonhoeffer verwacht er niets van en acht zo’n gesprek zelfs ongeoorloofd – hier zitten diepe zaken achter die ik in dit verband nu even laat rusten. Maar het is hoe dan ook erg kras gesteld: moet Hitler dan niet bekeerd worden? Moet hij niet horen van een God die het recht van de verdrukten, van weduwe, wees en vreemdeling doet gelden en aan wie hij verantwoording verschuldigd is voor zijn handelen?

Ongetwijfeld zou Bonhoeffer dankbaar geweest zijn wanneer Hitler zich van zijn verschrikkelijke wegen zou hebben afgekeerd en zich tot de levende God zou hebben gewend. Maar wanneer hij mensen om zich heen vooral daarop ziet hopen, acht hij dat een gevaarlijk misverstand. De onuitgesproken vooronderstelling kan dan zijn dat vooral Hitler het probleem is en dat hij dient te veranderen, maar dat de kerk de dingen goed en zuiver ziet en verwoordt en zichzelf geen vragen hoeft te laten stellen. Voor Bonhoeffer is het nu juist zaak dat de kerk opnieuw leert het Woord werkelijk te horen. Een kerk die niet ziet dat in al de ontwikkelingen in Duitsland iets zichtbaar wordt van een hopeloos tekortschieten van de misvormde leer zoals men die inmiddels overlevert, heeft uiteindelijk en ten diepste aan Hitler helemaal niets te melden. Een kerk echter die opnieuw leert zien dat het Evangelie dat Luther ontdekte ook werkelijk vrijmaakt tot een nieuw leven van navolging in gehoorzaamheid en vreugde zal alleen al daardoor een sprekende kerk zijn. En die stem zal klinken en gehoor vinden. Die boodschap zal dan ook Hitler wel bereiken.

Inderdaad: de focus van dit boek is allereerst binnenkerkelijk. En sommigen die Bonhoeffer juist bewonderen om zijn wending naar de wereld die in latere jaren gestalte krijgt, menen dat deze lijn dan naar de achtergrond verdwijnt. Maar zoals bij deze binnenkerkelijke bezinning de wereld om de kerk heen nooit ver is, zo is het andersom ook. De Bonhoeffer van de gevangenisbrieven – want daar gaat het over als ik het heb over de wending naar de wereld – kon spreken over de wereld zoals hij deed tegen de achtergrond van een kerk die zich voortdurend en gedisciplineerd keer op keer laat terugroepen naar haar oorsprong door te bidden en gerechtigheid te doen.

Overrompelend
Voor de studenten die Bonhoeffer in het seminarie in Finkenwalde deze lessen hoorden geven was het overrompelend wat hun jonge docent hun voorschotelde. Deze dingen hadden zij zo nog niet eerder gehoord – en ineens bleek de Bijbel helemaal over hen te gaan. Zij hadden immers gekozen voor een moeilijke weg door predikant van de Belijdende kerk te willen worden. Privileges die voor studenten van de rijkskerk golden, golden voor hen niet. De toekomst die voor hen lag, was bijzonder ongewis. De verleiding om voor de zekerheid en de rust van het predikantschap in de grote Duitse kerk te kiezen, was groot. En niet allen hadden de kracht die verleiding te weerstaan. Duidelijk is daarmee dat de lessen over de concrete navolging voor hen een uiterst praktische spits hadden. Toen Bonhoeffer met advent 1937 aan de toenmalige cursisten een exemplaar van het boek Navolging cadeau deed, schreef hij voorin: Jesu juva – dat betekent: Jezus beveel – en voegde daaraan toe dat hij hoopte dat zijn weg en die van zijn leerlingen nog veel meer een weg van blij navolgen zou worden. Uit die woorden blijkt hoezeer dit boek en zijn weg door de Duitse kerk voor hem bijeen hoorden.

Wie vandaag Bonhoeffers boek voor het eerst ter hand neemt, zal weinig moeite hebben om de opwinding en verwondering van zijn studenten te begrijpen. Het is een boek dat als weinig andere boeken de lezer uit zijn baan brengt. Zo althans verging het mij toen ik het voor het eerst las. En iedere keer dat ik het weer lees, heb ik weinig moeite om naar die eerste ervaring terug te gaan. Hier wordt op een door-en-door Bijbelse manier het Evangelie zo dicht op het gewone leven gelegd, dat je niet anders kunt dat jezelf onderzoeken en vragen te stellen. De schrijver van dit boek is inmiddels al bijna 75 geleden om het leven gebracht: 9 april 1945 werd hij opgehangen. En dit boek is nog ouder – maar omdat het zo dicht op het Woord zit, bergt het boek ook vandaag een enorme kracht in zich. De verleiding van de goedkope genade is altijd dichtbij en een kerk die meent hier niet vatbaar voor te zijn, vergist zich schromelijk. Een Evangelie dat de zonde rechtvaardigt klinkt bijna net als het Evangelie van de Schrift. Maar het uiteindelijk een onbarmhartige boodschap waar wij met onszelf alleen blijven. Barmhartig is de roep van Jezus Christus om Hem te volgen, want navolging – zo onderstreept Bonhoeffer keer op keer in het boek – is niet zwaar, maar het is een vreugde.

Dr. C.C. den Hertog is predikant van de samenwerkingsgemeente te Nijmegen