jaargang 130, nr. 17, 20 augustus 2021

Schrijven over rust, vlak voor de vakantie, een uitdaging tussen afronden en inpakken. Een wonderlijke mengeling. Toch boeiend. Want het laat ons niet alleen terugkijken als een soort evaluatie, maar ook vooruitkijken naar een onbekende toekomst. Rust als basis, zelfs een opdracht, een belofte. Dat zegt de Bijbel. Daar wil ik over nadenken en van leren. 

 Ik schrijf dit artikel vóór mijn vakantie en het zal gepubliceerd worden ná mijn vakantie. In de tussentijd is er rust, hoop ik. Uitrusten van een lang en intensief seizoen en tot rust komen om weer onderweg te kunnen gaan. Het zal wel herkenbaar zijn, die beweging terug in de tijd en een poging om een blik vooruit te werpen: rust te midden van zoveel onrust. Er ligt het nodige achter ons: een coronacrisis, de kerk vol beperkingen, de val van het kabinet, de samenleving is steeds meer geprofileerd geraakt en de kerk blijkt er ook niet aan te ontkomen. Rust is – lijkt het wel – harder dan ooit nodig. En ik hoop dat de zomerperiode voor ons allen een tijd van rust is geweest, zodat we verder kunnen. Ik merk dat het nadenken en schrijven over rust al rust geeft, al kost het tijd, maar het geeft overzicht, ruimte en leerzame momenten om over het leven na te denken en daarin (opnieuw) te ontdekken wat de Bijbel over rust zegt. 
Laat ik onderscheid maken tussen drie aspecten van ‘rust’, waarvan ik denk dat die het belangrijkste zijn, en die wat verder uitwerken. Allereerst is rust de basis van het leven. Verder is rusten een gebod. Blijkbaar is het niet vanzelfsprekend dat er rust is of dat je rust vindt. En als derde is rust ook een geschenk. Je krijgt het, nu al én in vertrouwen op God, later. 

 Rust als basis
Om me heen en in mezelf heb ik zeker de afgelopen coronatijd de onrust gemerkt. Vertrouwde zaken als je vrij bewegen, elkaar aanraken etc., zijn taboe geworden en we kijken ernaar uit dat alles weer normaal wordt. Onrust is vaak gevaarlijk drijfzand, terwijl rust de basis is voor een goed leven. We weten dat dit in deze tijd van crisis duidelijker zichtbaar wordt. Het is niet alleen zo in crisistijd, maar we worden ons er wel bewuster van. 
Rusten heeft altijd iets tijdelijks. Je bent moe en gaat rusten om morgen weer de energie te hebben om te leven. Je zit even op een bankje om bij te komen tijdens een inspannende wandeltocht. Je strekt even je benen als de kinderen op school zijn. Even tijd voor jezelf, even bijkomen. 
In de Bijbel wordt rust een aantal keren verbonden met vrede, shalom (o.a. Joz. 1: 13; Ps, 122: 7). Zo krijgen we ruimte om te leven. Je komt op adem, je bent even veilig, geborgen (bijv. Ps. 23: 2). In Psalm 131: 2 heeft rust ook de klank van stil zijn, zwijgen. Even niets dus. Rust geeft je nieuwe ruimte in je hoofd om na te denken. Die ruimte krijgt ook iets van geduld, meer tijd voor iets nemen, voor een beslissing of voor het omgaan met die ander. Vervolgens komt er nieuw overzicht. Door de druk van het onrustige leven was je dat wat kwijtgeraakt. Je wist even niet meer wat écht belangrijk is. Je werd geleefd. Je pakte op wat je het eerste zag liggen, maar het belangrijkste zag je over het hoofd. Je kunt o zo snel denken dat je er alleen voor staat. Je holt en je vliegt, maar waar naartoe?
Rust is ook veiligheid. Dat is zeker het geval in de omgang met de HEER. Dicht bij God vind je rust, maar wat is die rust dan? Het beloofde land? Afwezigheid van onrust? Uiteindelijk allereerst ‘genieten’ van Zijn aanwezigheid. Die is niet vanzelfsprekend maar Jezus nodigt ons in Matthëus 11: 28-30 om bij Hem tot rust te komen. Dat is de basis voor dit leven en voor het eeuwige leven!
Basis, ruimte en overzicht, wat een belangrijke uitgangspunten! Ook als we met elkaar omgaan in kerk en samenleving. Tijd nemen om die ander niet (bij voorbaat) te veroordelen, maar beter te leren kennen, te aanvaarden in Christus en van daaruit het gesprek aangaan. Rust zal daarbij in ieder geval niet betekenen dat je jezelf als uitgangspunt neemt, hoe geestelijk je dat ook wilt inkleden! Rust is dus heel belangrijk, want het heeft een wonderlijke uitwerking naar God en naar elkaar toe.
God geeft de rust. Hij is de basis, het fundament. Of in de bekende woorden van Augustinus in zijn Belijdenissen: ‘Onrustig is ons hart totdat het rust vindt in U.’ 

Rust als gebod
Het zal voor iedereen duidelijk zijn dat we rust nodig hebben. We slapen niet voor niets ongeveer een derde van ons leven. Het zal wel nodig zijn. In de Bijbel is het zelfs een gebod om te rusten. God Zelf gaat ons voor in het rusten (Gen. 2: 2-3). Rusten is in de Bijbel zo ingebed in de hele scheppingsorde en het ritme van de week. Was het voor God nodig om uit te rusten? Vast niet, maar Hij doet het wel! En Jezus rust ook om afstand te nemen van Zijn vele werk en om tijd te nemen voor de omgang met Zijn hemelse Vader. Zo wordt rust ons door God Zelf voorgehouden als essentieel voor het leven. En zou het dan niet erg arrogant zijn als wij te weinig rust nemen? Ik las eens ergens: iemand die te druk is, is lui. Waarom? Omdat hij of zij geen keuzes maakt om te rusten. Het leven gaat in te hoge snelheid door. En als ik zelf druk ben, dan denk ik toch vaak weer aan God, Die Zelf rustte van Zijn werk. Heilzaam!
Het gebod is duidelijk beschreven in de tien geboden, in het vierde gebod, en dan wordt in de versie van Exodus 20 daarbij gezegd dat de HEER rustte. Het woord voor rustdag, sabbat, betekent ook ‘rusten’. Er is nogal eens discussie in onze kringen of dit gebod nog geldt, omdat wij niet meer de sabbat vieren, maar de zondag, de opstandingsdag van de Here Jezus. Het gaat in dit artikel niet over die discussie, maar wel over de rust die nodig is om te kunnen leven én om tijd voor God te nemen. We kunnen niet zonder die rust. Je zou kunnen zeggen dat het gebod om te rusten nog zeker geldt, juist omdat het leven zo onrustig is. Neem tijd voor rust en voor de ontmoeting met God (actieve rust). Het is een opdracht, een keuze, een discipline. Als we daar serieuzer mee zouden omgaan, wat zou dat wel niet tot genezing kunnen zijn voor zoveel onrust, en de nodige gezondheidsklachten die er het gevolg van zijn? Als je niet uitrust, word je te vermoeid. Dan nemen juist de mogelijkheden in je leven af en wordt dit steeds erger, omdat in je onrustige hoofd er ook geen ruimte meer is voor God. Vandaar dat God de opdracht geeft om te rusten. Want Hij weet dat we die rust nodig hebben. 

Rust als geschenk
Rust is ook een belofte. Dit betekent dat er een einde zal komen aan de onrust die de wereld en ons leven kenmerkt. Onrust heeft als voedingsbodem de gebrokenheid, de onvolmaaktheid van het leven. Door geloof mogen we uitzien naar échte rust. Het volk Israël zag uit naar de rust van het beloofde land. Door hun ongehoorzaamheid aan God bleef het onrustig (Ps. 95: 14; Hebr. 4). Maar in geloof is er uitzicht op de rust van het beloofde land. Uiteindelijk bereikte Israël dit land. Veel momenten van ongehoorzaamheid leidden steeds weer tot onrust, maar toch werd door de HEER vanuit Zijn liefde rust, vrede, redding beloofd. Vele profeten spraken daarover. Ook kunnen we in dit kader aan de eerdergenoemde tekst Matthëus 11: 28-30 denken. Jezus belooft die rust als wij naar Hem toegaan. Dat is de belofte, dat is het uitzicht naar de wederkomst, een troostvolle toekomst voor de gelovige.
Als we verder in het Nieuwe Testament kijken naar woorden die met ‘rust’ vertaald worden, dan valt in ieder geval nog één voorbeeld op. Dan bedoel ik het woord dat meestal vertaald wordt met vergeving. En dat is opvallend. Je zou het ook als loslaten kunnen vertalen. Zoals vergeving het loslaten van de schuld is waardoor vrijheid ontstaat, heeft rust dus ook die klank van loslaten (zie o.a. Matth. 4: 11; 27: 50). Dat betekent dus dat wij mogen loslaten, omdat God ons vasthoudt. Het betekent ook dat wij de pijn die ons is aangedaan in het leven, mogen loslaten omdat de Here Jezus ons vergeeft. We krijgen daardoor, wonderlijk, rust en ruimte om in een gebroken wereld en in ons eigen leven zelfs nu al iets van die rust te ervaren. Dat is niet per se een opdracht, maar dat is wel een belofte.
Het geeft ruimte in ons eigen leven, maar ook in het kerkelijke leven, waarin zoveel aan de hand is en de profilering van standpunten en opvattingen groter lijkt te zijn dan ooit.
Lees dan nog eens die tekst in Matthëus 11 als een belofte, of die woorden van Jezus aan het einde van het Mattheüs-evangelie, dat Hij bij ons is tot aan de voltooiing van de wereld (Matth. 28: 20).
Als we vanuit de belofte van die rust in verbondenheid met onze Heer leven, dan leven we vanuit de rust en zoeken we naar vrede, ruimte, veiligheid. Die rust geeft ontspanning, vertrouwen in God en in elkaar. En de kerk wordt meer dan nu het geval is een geschenk van rust, vrede en gerechtigheid aan onze maatschappij waarin wij leven.
In Hebreeën 4, dat ik net al noemde, wordt over de belofte van rust gesproken die voor de gelovige nog steeds van kracht is. Iets om naar te blijven uitkijken en vanuit dat uitzicht nu al meer en meer rust te ervaren. 

Onderweg vanuit de rust
Ik hoop dat u en ik uitgerust zijn na een zomertijd van even afstand nemen, loslaten, bijkomen, ruimte vinden voor God en voor elkaar.
De basis is God Zelf, Die rust geeft. De opdracht is om telkens opnieuw rust te nemen om kracht en energie op te doen om te leven met God en met elkaar. En de belofte is dat die rust er is en zal komen.
Aan het begin van een nieuw seizoen staan we klaar om onderweg te gaan, persoonlijk en samen. Het lijkt zo’n uitdaging, mogelijk een onmogelijkheid, maar onderschat God niet, de God van vrede en rust.
Geloven is altijd onderweg zijn, Jezus volgen, Zijn discipel, leerling zijn. Hij wijst de weg. Dat geeft bij voorbaat rust, dat geeft onderweg rust en met het zicht op de toekomst nog meer rust en kracht. Laten we (samen) veel onderweg uitrusten, om overzicht, ruimte, kracht, vergeving en alles wat we nodig hebben te vinden. Want in de rust ontmoeten we de Heer, Die ons kent en ziet en ons ook in het nieuwe seizen wil en zal begeleiden. Langs welke wegen, grazige weiden of door donkere dalen? We weten het niet, maar we weten wel dat we uitgerust en gerust onderweg mogen zijn met de goede Herder, Die ons leidt.
Dat heb ik weer geleerd en dat geeft mij nu al rust, terwijl mijn vakantie nog moet beginnen.